10 januari 2019

Motorclub verboden (hoger beroep Bandidos)

Het hof bevestigt dat vereninging Bandidos MC Sittard (een motorclub) verboden is in een uitermate goed leesbare uitspraak. Het hof heeft duidelijk geprobeerd om het juridisch jargon zo goed mogelijk uit te leggen. Het hof legt uit dat "proces-verbaal" verslag betekent, dat "nihil" betekent "niets" en dat "uitvoerbaar bij voorraad" betekent dat "de beslissing werking heeft, ook als daartegen hoger beroep is ingesteld". En dat: "Een vereffenaar is, kort gezegd, iemand die de opheffing van (in dit geval) BMC Holland moet regelen en moet onderzoeken wat het vermogen (de bezittingen en schulden) van BMC Holland is." (let op de subtiele uitleg van "vermogen"). Ook een uitleg van "dictum" wordt gegeven. 
Kortom, een zeer bruikbaar studie-arrest.

Verder is de uitspraak niet zo spannend wat betreft verenigingsrecht. Het hof acht oordeelt dat het feit dat de "president" van de motorclub, gekleed in uniform, leiding  heeft gegeven aan een gecoordineerde vechtpartij waarbij personen zijn geslagen, getrapt en geschopt, kan worden toegerekend aan de vereniging. 



ECLI:NL:GHARL:2018:10865
Hoger beroep van ECLI:NL:RBMNE:2017:6241 (link)
beschikking van 18 december 2018
in het hoger beroep van

1de vereniging Bandidos MC Sittard,
hierna: BMC Sittard,

kantoorhoudende te Nieuwstadt, gemeente Echt-Susteren,
2. de buitenlandse rechtspersoon Bandidos Motorcycleclub Federation Europe,
hierna: BMC Europe,
kantoorhoudende te Helsingør, Denemarken,
appellanten in het principaal hoger beroep,
verweerders in het incidenteel hoger beroep,
in de procedure bij de rechtbank: belanghebbenden,

in de zaken van
Openbaar Ministerie,
hierna: het OM,
woonplaats kiezend bij het Landelijk Parket te Rotterdam,
verweerder in het principaal hoger beroep,
appellant in het incidenteel hoger beroep,
in de procedure bij de rechtbank: verzoeker,

tegen
de informele vereniging de Nederlandse afdeling van de Bandidos Motorcycle Club
hierna: BMC Holland,
zonder bekende vestigingsplaats in of buiten Nederland,
in de procedure bij de rechtbank: verweerster,
niet verschenen,
en tegen
de buitenlandse corporatie Bandidos Motorcycle Club
hierna: BMC Internationaal,
zonder bekende vestigingsplaats,
in de procedure bij de rechtbank: verweerster,
niet verschenen.

1. De procedures bij de rechtbank

In de beschikkingen van de rechtbank Midden-Nederland van 20 december 2017 en 
7 februari 2018 in de zaken met zaaknummers C/16/427066 en C/16/427070 staat hoe de procedures bij de rechtbank zijn verlopen.

2De procedure bij het gerechtshof

2.1
Het gerechtshof (hierna: het hof) heeft de volgende stukken gekregen van partijen:
- het beroepschrift van BMC Sittard en BMC Europe (met daarbij de stukken van de procedure bij de rechtbank), dat bij het hof is binnengekomen op 19 maart 2018;
- het verweerschrift met bijlagen van het OM, dat bij het hof is binnengekomen op 28 juni 2018;
- het incidenteel verweerschrift van BMC Sittard en BMC Europe, dat bij het hof is binnengekomen op 27 juli 2018;
- een brief van 23 augustus 2018 van het OM met een gegevensdrager en twee e-mails van 24 augustus 2018 van het OM met een link naar de gegevens op de gegevensdrager.
2.2
Het hof heeft de zaak behandeld tijdens zijn zitting in Arnhem op 28 augustus 2018. Bij die zitting waren:
- de heer [Persoon A] (voorzitter) en de heer [Persoon B] (secretaris) namens BMC Europe;
- de advocaat van BMC Sittard en BMC Europe, 
- mrs. [Persoon C] en [Persoon D] namens het OM.
Het hof heeft BMC Holland en BMC Internationaal volgens de regels opgeroepen om naar de zitting van het hof te komen, maar zij zijn niet gekomen. Tijdens de zitting hebben de advocaat van BMC Sittard en BMC Europe en het OM de zaak toegelicht. Zij hebben daarbij aantekeningen gebruikt. Van wat er op zitting is gebeurd en besproken is een verslag (proces-verbaal) gemaakt. Dat verslag hoort bij de stukken van de zaak.

3 januari 2019

Opzegging lidmaatschap bestuurslidmaatschap

Een moskeevereniging zegt het lidmaatschap op van een (kritisch) bestuurslid dat daarmee ook uit het bestuur wordt gezet. De rechter laat dit besluit in stand.
Het besluit is procedureel geldig tot stand gekomen (in een bestuursvergadering waar ook het lid aanwezig was). In de opzeggingsbrief staat dat het lid "zich meerdere malen schuldig heeft gemaakt aan provocerende en beledigende uitspraken, agressief gedrag, intimidatie en verbaal geweld jegens andere leden en bezoekers van de vereniging" met een gedetailleerde onderbouwing met voorbeelden. De verening heeft verder in de rechtszaak bewijs geleverd met emails en verklaringen en videobeelden en geluidsopnames van een uit de hand gelopen ALV.
Met name uit de geluidsfragmenten komt het beeld naar voren dat de vergadering inderdaad (verder) escaleert door de uitlatingen van [eiser] zoals de vereniging stelt. Te horen is dat het bestuur hem probeert te kalmeren maar dat [eiser] op zeer luide en boze toon blijft praten en dingen roept als “ben je gek geworden ofzo?“. Dat een vereniging gelet op al het voorgaande meent dat redelijkerwijs niet van haar gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren, acht de voorzieningenrechter niet onbegrijpelijk." 

Mij lijkt het opzeggen van het lidmaatschap van bestuursleden toch wel problematisch. Voorkomen moet worden dat de meerderheid van het bestuur andere bestuursleden uit het bestuur kunnen zetten onder het voorwendsel van misdragingen van die andere bestuursleden, juist omdat (in beginsel) alleen de ALV bevoegd is om bestuursleden te ontslaan (art. 2:37 lid 6 BW). De problematiek lijkt in de literatuur slechts beperkt te worden gesignaleerd.
In de uitspraak Rb. Leeuwarden (pres.) 21.02.2001, 

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBLEE:2001:AB0170 (ook: KG 2001/103) is overwogen dat:
Het zesde lid van artikel 2:37 BW schrijft dwingend voor dat het orgaan dat een bestuurder benoemt, deze te allen tijde kan schorsen. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat - onder meer - deze bepaling dwingendrechtelijk is voorgeschreven omdat de zeggenschap van de algemene ledenvergadering bij zaken als een schorsing karakteristiek voor de vereniging is en een van de waarborgen voor het democratische karakter van de vereniging vormt (MvA II, PG 2, blz. 422). Met dat voor de vereniging typerende democratische karakter verdraagt zich naar het oordeel van de president niet een statutaire bepaling op grond waarvan naast de algemene ledenvergadering ook het bestuur bevoegd is om tot schorsing van een medebestuurder over te gaan, ook niet als het bestuur alleen met een 2/3 meerderheid een schorsingsbesluit kan nemen. Praktische argumenten als de extra hoeveelheid tijd en geld die het uitroepen van een algemene ledenvergadering met zich brengt, leiden niet tot een ander oordeel." 
Het lijkt mij dat deze overweging ook van toepassing is op de in principe aanwezige wettelijke bevoegdheid van het bestuur om het lidmaatschap van leden op te zeggen: mij lijk een dat onder artikel 2:8 onaanvaardbare doorkruising van de bevoegdheid van de ALV onder artikel 2:37 BW; behoudens mogelijk zeer evidente gevallen waarbij er groot spoedeisend belang is (bijv. een bestuurslid draait volledig door en valt andere leden fysiek aan).


ECLI:NL:RBDHA:2018:15155

Vonnis in kort geding van 21 december 2018

in de zaak van

[eiser] te [plaats] ,


tegen:

HAAGSE MOSLIM-VERENIGING [de vereniging] te [plaats] ,
gedaagde,


Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘ [eiser] ’ en ‘de vereniging’.

1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met de daarbij en nadien overgelegde producties;
- de door de vereniging overgelegde producties;
- de op 15 november 2018 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door beide partijen pleitnotities zijn overgelegd. Ter zitting is vonnis bepaald op 29 november 2018.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft op 21 november 2018 een kort geding behandeld van een andere eiser tegen de vereniging. In die procedure zijn door de vereniging desgevraagd na de zitting nog beelden overgelegd van de algemene ledenvergadering, zoals vermeld onder 2.3, met daarbij een toelichting. Aangezien dit ook de oordeelsvorming van de voorzieningenrechter in het onderhavige kort geding kan beïnvloeden, heeft zij het aangewezen geacht dat deze beelden met de toelichting door de advocaat van de vereniging ook zouden worden verstrekt aan (de advocaat van) [eiser] . [eiser] is in de gelegenheid gesteld om nog een korte reactie daarop te geven.
1.3.
[eiser] heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt bij brief van 5 december 2018, met bijlagen. Die zal worden meegenomen bij de beoordeling van deze zaak.
1.4.
De vonnisdatum is vervolgens gepland op (eerst 6 december 2018 en daarna) heden.