15 november 2017

Onopzegbaar lidmaatschap kan niet

Rb. Noord-Nederland 25 oktober 2017
ECLI:NL:RBNNE:2017:4141

Bungalowparkzaak. In de leveringsakte is een verplicht lidmaatschap van een vereniging opgenomen. De vereniging is een Boek 2 BW vereniging, geen VvE in de zin van Boek 5 BW (omdat een bungalowpark geen appartementsgebouw is).

" De rechtbank is van oordeel dat artikel 5:112 lid 3 BW [over VvE's] zich niet leent voor analoge toepassing. Een onopzegbaar lidmaatschap is daarom in strijd met de door [eisers] genoemde wettelijke bepalingen [met artikel 2:35 BW, met artikel 8 Grondwet en artikel 11 EVRM, Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens] Het beginsel van vrijheid van uittreding voor de leden moet voorop worden gesteld [,] zij het met inachtneming van de statutaire bepalingen, maar aan de opzegging mogen geen bezwarende omstandigheden worden verbonden. Als gevolg van een opzegging eindigen de verenigingsrechtelijke rechten en verplichtingen jegens VvE (zoals de verplichting om contributie te voldoen), maar dit geldt niet voor plichten uit de koopovereenkomst of de leveringsakte."

" De rechtbank is van oordeel dat ook bij een beëindigd lidmaatschap partijen in een door redelijkheid en billijkheid beheerste rechtsverhouding zijn blijven staan, vanwege de aanwezigheid van eigendommen van [eisers] in het door de VvE beheerde park. "
Vonnis van 25 oktober 2017


in de zaak van

1 [eiser 1] ,


tegen de vereniging
VERENIGING VAN EIGENAREN VAN HET NATUURDORP "SUYDEROOGH",

2De feiten

2.1.
Natuurdorp Suyderoogh is een natuurdorp met 219 (vakantie)woningen in het Lauwersmeergebied in de provincie Groningen. Ongeveer tweederde van die woningen wordt verhuurd en ongeveer eenderde wordt door de eigenaren gebruikt voor eigen recreatie.
2.2.
[eisers] zijn sinds 1994 en 1995 eigenaar (geweest) van een of meerdere vakantiewoning(en) met huisnummers 28, 75, 116, 124 en 163 in het Natuurdorp Suyderoogh. In de akte van levering is het navolgende opgenomen (hierna te noemen: de Bijzondere Bepalingen):
“BIJZONDERE BEPALINGEN
1. De koper is verplicht lid te worden van de vereniging genaamd: Vereniging van Eigenaren van het Natuurdorp Suyderoogh, gevestigd te Lauwersoog en verplicht zich tot nakoming van de verplichtingen uit dat lidmaatschap voortvloeiende.
[]
2.3.
De VvE is een vereniging die bij notariële akte van 16 april 1993 is opgericht.

13 november 2017

De boekhouding van de afdeling


Rechtbank Amsterdam 20 september 2017
ECLI:NL:RBAMS:2017:6823


In deze zaak besluit de Bond een centraal boekhoudingssysteem in te voeren om te voldoen aan de vereisten voor BTW aangifte. De afdelingen moeten alle gegevens daarin invoeren, ofwel alle stukken (inkoopfacturen, verkoopfacturen, alle afschriften, etc. ) aanleveren bij de Bond zodat de Bond de gegevens kan invoeren. Het bestuur van één van de afdelingen is niet overtuigd. 

"Voorshands is voldoende aannemelijk dat het besluit van het bondsbestuur om de financiële administratie in AFAS te voeren valt onder de omschrijving van de taken en verplichtingen van het bondsbestuur als bedoeld in artikel 17, lid 1, van de Statuten. Het betreft een strategische beslissing in de zin van artikel 11, lid 2, van de Statuten en het is bovendien een afdelingsoverschrijdende aangelegenheid als bedoeld in artikel 11, lid 3, sub m, van de Statuten. Uit deze artikelen volgt dan ook dat het bondsbestuur bevoegd is om dit besluit te nemen (en daarmee dat het besluit rechtsgeldig is genomen). "


Er is tot slot nog een opmerkelijke overweging over de evt. dwangsommen. "Tot slot [hebben de afdelingsbestuursleden] nog naar voren gebracht dat [zij] g ten onrechte niet in hun hoedanigheid als bestuurslid van de [afdeling]  zijn gedagvaard maar als privépersonen. [De afdelingsbestuursleden vragen] zich af wat er gebeurt als zij in dit vonnis op straffe van dwangsommen wordt veroordeeld tot afgifte van de gevraagde documenten en zij kort daarna [aftreden] als bestuurslid van [de afdeling].
Voorop gesteld wordt dat (het bestuur van) de [afdeling ] zelf geen rechtspersoonlijkheid heeft. Dit brengt met zich dat het voor de Bond alleen mogelijk is de bestuursleden van [de afdeling] als privépersonen te dagvaarden. Aan de toewijzing van de vorderingen zal wel de voorwaarde worden verbonden dat de veroordelingen genoemd onder 5.1. en 5.2. enkel gelden zolang [gedaagden gezamenlijk] bestuurslid van [de afdeling zijn]". 


Vonnis in kort geding van 20 september 2017


in de zaak van
de vereniging BOND VAN VOLKSTUINDERS, []

tegen
1. [gedaagde 1] , 2. [gedaagde 2], 3. [gedaagde 3],
[]

Eiseres zal hierna de Bond worden genoemd. Gedaagden zullen afzonderlijk [gedaagde 1] , [gedaagde 2] en [gedaagde 3] en gezamenlijk (in enkelvoud) [gedaagden gezamenlijk] worden genoemd.

[]

2De feiten

2.1.
De Bond is een vereniging die het beheer voert over ongeveer 6.000 volkstuinen in Amsterdam, Ouder-Amstel, Landsmeer en Almere. De Bond wordt vertegenwoordigd door het bondsbestuur. De Bond heeft 29 afdelingen. Ieder tuinpark van de Bond vormt een afdeling, waaronder tuinpark Amstelglorie.
2.2.
In 2014 heeft het bestuur van de Bond besloten dat er voor alle afdelingen een centrale ledenadministratie en een centrale boekhouding ingevoerd dient te worden.
2.3.
In 2015 heeft de Belastingdienst aan de Bond meegedeeld dat zij, mede namens haar afdelingen, over de afgelopen vijf jaar en in de toekomst Btw-aangifte moet gaan doen.
2.4.
Het bestuur van de Bond heeft in 2015, na overleg met diverse afdelings-penningmeesters, besloten dat AFAS als computerprogramma moet worden gebruikt voor de centrale financiële administratie. Het bondsbestuur heeft de afdelingen daarbij de keuze gegeven om ofwel zelf de administratie in AFAS in te voeren ofwel dit door de Bond te laten doen. Tijdens de bondsvergadering, bestaande uit de afgevaardigden van de afdelingen, op 10 december 2015 heeft het bondsbestuur het besluit besproken met de leden.

11 november 2017

Spelregels en verenigingsrecht

Rechtbank Midden-Nederland 6 oktober 2017
ECLI:NL:RBMNE:2017:5226


Kort geding over strafschoppen bij voetbal, maar ik bespreek alleen het deel over verenigingsrecht.


" De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Gezien de standpunten van partijen gaat het in de kern om uitleg van regel 5 in de Spelregels veldvoetbal. De uitleg die FC Lisse voorstaat komt er in feite op neer dat op grond van regel 5 van de Spelregels veldvoetbal geen enkele (foutieve) beslissing van de scheidsrechter in een wedstrijd aan te tasten is, althans dat alle beslissingen van de scheidsrechter in een wedstrijd onder alle omstandigheden voor partijen bindend zijn. Deze uitleg van regel 5 wordt voorshands als te beperkt beschouwd en wel om het volgende. [] De Spelregels veldvoetbal zijn het Nederlandse equivalent van de Laws of the Game. Niet in geschil is dat de IFAB [ International Football Association Board ] het enige orgaan is binnen de internationale voetbalwereld dat zich bezighoudt met en verantwoordelijk is voor de Laws of the Game. Dat maakt de IFAB bij uitstek de partij voor de uitleg van de Laws of the Game. " " Gegeven de reactie van de IFAB [] is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat de onderhavige beslissing van de scheidsrechter om de strafschoppen niet om en om te laten nemen, dus in strijd met regel 10, niet een beslissing is die valt onder de reikwijdte van regel 5. "


De beoordeling


4.1.
Het door FC Lisse gestelde spoedeisend belang is door de KNVB niet betwist. Hiervan wordt dan ook uitgegaan.
4.2.
FC Lisse stelt – kort gezegd – dat de KNVB niet bevoegd is te besluiten dat de strafschoppenserie opnieuw genomen moeten worden, dat het besluit van de KNVB in strijd is met haar eigen reglementen en dat het besluit in strijd is met de redelijkheid en billijkheid. Volgens FC Lisse zal daarom in de nog te voeren bodemprocedure het besluit van de KNVB op grond van artikel 2:15 BW vernietigd worden. FC Lisse vordert vooruitlopend hierop in deze procedure schorsing van het besluit.

8 november 2017

Bestuurslid bedenkt iets en gaat met idee ervandoor

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 30 oktober 2017ECLI:NL:OGEAC:2017:157

Curaçaose zaak. Gaat bovendien om een stichting en niet om een vereniging. Toch interessant. Een  bestuurslid van een stichting bedenkt de bedrijfsnaam " I.C.U.C.". De stichting gaat die naam hanteren. Na enige tijd richt het bestuurslid "I.C.U.C. INTERNATIONAL B.V."  op. De stichting spreekt de B.V. aan. Het bestuurslid voert aan dat hij de naam I.C.U.C heeft bedacht. Volgens de stichting hebben alle bestuursleden gezamenlijk de naam bedacht. Het bestuurslid en de stichting hebben hier blijkbaar ruzie over. De rechter is er echter vrij snel klaar mee. Het is namelijk helemaal niet van belang of de naam is bedacht door het bestuurslid alleen, of door alle bestuursleden gezamenlijk.

" Bij dit alles geldt echter dat een stichting niet zelf iets kan verzinnen; dat moeten haar bestuursleden of derden voor haar doen. Doorslaggevend is niet wie de bedenkers zijn van de naam, maar de omstandigheid dat de naam werd bedacht ten behoeve van [de stichting] en haar activiteiten, dat het bestuur van [de stichting]  vervolgens besloten heeft die naam als handelsnaam te gebruiken en dat [de stichting]  die naam vervolgens ook daadwerkelijk in gebruik heeft genomen. Dat maakt dat [de stichting] de rechthebbende is met betrekking tot de handelsnaam I.C.U.C."

Kortom, wat bestuursleden bedenken in hun hoedanigheid van bestuurslid, komt toe aan de stichting. Dat geldt ook voor bestuursleden van verenigingen, lijkt mij.
 
VONNIS
in de zaak van:
de stichting STICHTING CURAÇAO INSTITUTE FOR SOCIAL AND ECONOMIC STUDIES (CURISES),
[] --tegen--
de besloten vennootschap I.C.U.C. INTERNATIONAL B.V.,

2De feiten

In dit geding wordt uitgegaan van de volgende vaststaande feiten:
a. a) Eiseres, opgericht in 1994, heeft ten doel het ontwikkelen en uitvoeren van academische onderwijsprogramma’s. Eiseres gebruikt voor haar activiteiten in - elk geval vanaf 2010 - de handelsnaam I.C.U.C. (spreek uit: I see you see) op onder meer haar website, gebouw, advertenties en op diploma’s van haar studenten.
I.C.U.C. staat bij eiseres voor Inter-Continental University of the Caribbean.
b) Gedaagde is in 2013 opgericht door [de oud-bestuurder van eiseres], een voormalig bestuurder van eiseres. Gedaagde heeft eveneens ten doel academische onderwijsprogramma’s te ontwikkelen en uitvoeren. Haar statutaire naam bevat de afkorting I.C.U.C. Gedaagde gebruikt die naam ook in haar logo, op haar website, etc.
Ook bij gedaagde staat I.C.U.C. voor Inter-Continental University of the Caribbean.
c) Bij brieven van 22 juni 2016 en 16 november 2016 heeft eiseres gedaagde verzocht het gebruik van haar (handels)naam te staken. Gedaagde heeft geen gevolg gegeven aan die verzoeken.

[]

4De beoordeling

4.1
Eiseres vordert dat gedaagde het gebruik van de handelsnaam I.C.U.C. staakt. Een handelsnaam is de naam waaronder een onderneming wordt gedreven, of waaronder een stichting haar activiteiten voert. Bescherming van de handelsnaam is hier te lande gebaseerd op artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek.
4.2
Tussen partijen staat vast dat eiseres zich sinds in elk geval 2010 presenteert met de handelsnaam I.C.U.C. en dat gedaagde sinds 2013 hetzelfde doet. Partijen zijn beide in Curacao gevestigd en richten zich beide op het ontwikkelen en uitvoeren van onderwijsprogramma’s. Zij zijn in die zin concurrenten.