30 juli 2017

Informele vereniging of groepering


Rechtbank Midden-Nederland 12 juli 2017
ECLI:NL:RBMNE:2017:3313

In deze zaak is de eiseres een v.o.f. die als crowdfundingplatform tussen investeerders en de gedaagde als de kredietnemer. Het is duidelijk dat gedaagde de kredietnemer is, maar wie is de schuldeiser? De rechter geeft enerzijds als feit weer dat "schuldeiser is de informele vereniging met nummer [nummer 3] , bestaande uit de investeerders die ieder voor een bepaald bedrag hebben ingetekend". Echter, het begrip "informele vereniging"  wordt meestal gebruikt als synoniem voor een vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid. Een dergelijke vereniging heeft wel rechtspersoonlijkheid. In dat geval zou dus de vereniging de schuldeiser zijn. Uit de rest van de uitspraak blijkt echter dat de individuele investeerders de schuldeisers zijn (die een lastgeving tot incasso aan eiseres hebben gegeven). De schuldeisers vormen dus geen vereniging, maar hooguit een samenwerkingsverband of groepering (zonder rechtspersoonlijkheid) (vergelijk Dijk/Van der Ploeg, paragraaf 3.3). 




De feiten

2.1.
[eiseres] is een crowdfundingplatform, bedoeld om ondernemers met een financieringswens en investeerders bij elkaar te brengen. [eiseres] beschikt daartoe over een vergunning van de AFM.
2.2.
[gedaagde] heeft via [eiseres] op 7 november 2011 een overeenkomst van geldlening afgesloten met nummer [nummer 1] , waarbij [gedaagde] in persoon, tezamen met Advinco Holding B.V. (hierna: Advinco), als schuldenaar een geldsom van € 35.000 heeft geleend.
Schuldeiser is de informele vereniging met nummer [nummer 3] , bestaande uit de investeerders die ieder voor een bepaald bedrag hebben ingetekend.

De beoordeling

4.1.
Tussen partijen is niet in geschil dat de overeenkomsten van geldlening zijn gesloten tussen [gedaagde] en Advinco als schuldenaars enerzijds en de betreffende informele verenigingen van investeerders anderzijds. Evenmin heeft [gedaagde] (gemotiveerd) betwist dat het overeengekomen terugbetaalschema in beide gevallen niet is nagekomen. Niettemin betwist [gedaagde] de vordering van [eiseres] en hij voert daartoe het volgende aan.
4.2.
[gedaagde] betwist dat [eiseres] gerechtigd is tot het instellen van de vordering uit hoofde van de beide overeenkomsten. [eiseres] is bij die overeenkomsten geen partij en [gedaagde] betwist dat zij door de schuldeisers gemachtigd is tot het instellen van de vordering.
De rechtbank overweegt als volgt. [eiseres] heeft gemotiveerd gesteld dat met iedere investeerder een investeringsovereenkomst werd gesloten, waarin onder meer het volgende is opgenomen: [...] [eiseres] heeft die stelling onderbouwd door overlegging van een voorbeeld van die overeenkomst (productie 9) en zij heeft alle op de beide leningnummers betrekking hebbende investeringsovereenkomsten (aangekondigd) meegenomen naar de comparitiezitting. [gedaagde] heeft op dat moment bezwaar gemaakt tegen overlegging van die stukken en/of kennisneming daarvan door de rechter. [gedaagde] heeft echter niet nader gemotiveerd waarom hij de gestelde lastgeving betwist, zodat die betwisting als onvoldoende gemotiveerd wordt gepasseerd. [eiseres] is derhalve bevoegd tot incasso van vorderingen van de investeerders inzake de leningnummers [nummer 1] en [nummer 2] .

13 juli 2017

Bestuurslid moet betalen voor fraude medebestuurslid

Rechtbank Rotterdam 28 juni 2017
ECLI:NL:RBROT:2017:9351 (correcte ECLI, 28.11.2017)

In deze zaak wordt een bestuurslid (de secretaris, belast met jeugdactiviteiten) veroordeeld tot betaling van 50.000 vanwege fraude door de voorzitter (die er met de kas vandoor is).

In deze zaak is er in de loop van een aantal jaren in totaal € 240.000,00 overgeboekt van de vereniging naar een stichting (met als statutair doel het ontvangen van derdengelden). Daar is het geld vervolgens verdwenen. Er was geen geldige grond voor de overboekingen. De vereniging moest nog € 160.849 achterstallige contributie afdragen aan (in wezen) de bond. De Stichting voert aan dat zij, " onder de dreiging van een executoriaal of conservatoir beslag (omdat tussen [de bond] en [de vereniging] een jarenlang geschil bestond over het verplichte lidmaatschap), heeft besloten om de gelden contant te bewaren" in de kluis van de vereniging. Daar zou het geld verdwenen zijn. De rechter gaat eraan voorbij alleen al omdat de contante opnames niet zijn aangetoond. Volgens de secretaris zelf, zouden de voorzitter en penningmeesters als initiatiefnemers van de stichting het doel hebben gehad, na eerdere fraude, om te voorkomen dat " het bestuur van de vereniging over grote bedragen kon beschikken" .

De Stichting en de voorzitter worden veroordeeld tot (in wezen) terugbetaling van de overgemaakte bedragen. De secretaris wordt veroordeeld tot schadevergoeding op grond van (het in 2013 gewijzigde) artikel 2:9 BW. Het overmaken van de gelden zonder grond is onbehoorlijk bestuur. Daarvoor is elk bestuurslid voor het geheel aansprakelijk " tenzij hem mede gelet op de aan anderen toebedeelde taken geen ernstig verwijt kan worden gemaakt en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen van onbehoorlijk bestuur af te wenden." Daarop kan de secretaris geen beroep doen,omdat zij haar kennis over het bestaan van de vereniging niet heeft gedeeld met de andere bestuursleden of de ALV: " [d]oor dat na te laten, heeft [de secretaris] onvoldoende invulling aan haar bestuurstaak gegeven. Zij moet geacht worden de risico’s die die overboekingen meebrachten voor de vereniging te hebben onderkend en heeft geen maatregelen genomen om deze risico’s te voorkomen en de gevolgen daarvan zoveel mogelijk te beperken. Daarmee heeft zij haar taak als secretaris niet naar behoren vervuld en daarvan is haar een ernstig verwijt te maken."

In principe is de secretaris dus aansprakelijk voor € 140.000,00 schade (gelet op haar zittingstermijn), maar dit wordt gematigd door de rechter tot 50.000. " De rechtbank neemt in aanmerking dat [de secretaris] haar werkzaamheden voor de volkstuinvereniging onbezoldigd en op vrijwillige basis heeft verricht. Gesteld noch gebleken is dat zij op enigerlei wijze persoonlijk gewin heeft nagestreefd of verkregen. Mede in aanmerking genomen dat de ernst van de gevolgen in geen verhouding staat tot het haar te maken verwijt, is de rechtbank van oordeel dat toekenning van volledige schadevergoeding leidt tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen, niet alleen voor [de secretaris] maar ook ten opzichte van de bereidwilligheid van vrijwilligers in het verenigingsleven in het algemeen."

Overigens had de kascommissie blijkbaar niets door, wisten ze niet van het bestaan van de stichting af, en komt de bestuursleden (in wezen) daarom geen beroep op de steeds verleende decharge toe.

Het betreft overigens de vordering van de vereniging op de secretaris. De vereniging heeft de vordering gecedeerd aan de bond. De secretaris doet kennelijk geen beroep op de klachtplicht van artikel 6:89 BW.


Vonnis van 28 juni 2017
in de zaak van

de vereniging ROTTERDAMSE BOND VAN VOLKSTUINDERS,
[]
tegen 1. de stichting STICHTING DE BEUKHOEVE,
2. [gedaagde 2],
3. [gedaagde 3],


Partijen zullen hierna RBvV, Stichting De Beukhoeve, [gedaagde 2] en [gedaagde 3] genoemd worden. Gedaagden zullen gezamenlijk ook worden aangeduid als Stichting De Beukhoeve c.s.

1De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • -
    []
  • -
    het proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 1 mei 2017;
  • -
    []
1.2.
Tegen [gedaagde 2] is verstek verleend.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

Vereniging "met rechtspersoonlijkheid"

Als randvermelding. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden duidde recent nog een procespartij aan als een " vereniging met rechtspersoonlijkheid ". Foei! Elke vereniging heeft rechtspersoonlijkheid (vermoedelijk werd " volledige rechtsbevoegdheid"  bedoeld).



link
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.177.164
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, 3775126)
arrest van 16 mei 2017
in de zaak van:
de vereniging met rechtspersoonlijkheid (sic!)
Nieuwe Unie ‘91
gevestigd te Utrecht,
appellante,
hierna: Nieuwe Unie
[]
tegen:

[ge├»ntimeerde] ,
wonende te [woonplaats],