Posts

Posts uit juni, 2017 weergeven

Aspirant-lid: lid of niet?

Rechtbank Amsterdam 13 juni 2017
ECLI:NL:RBAMS:2017:4067


In deze zaak mislukt iets wat tamelijk simpel zou moeten zijn, namelijk het afscheid nemen van een aspirant-lid en stoppen van diens aspiranten-status. De staten en reglementen van deze volkstuinvereniging zijn echter erg ongelukkig geformuleerd, zodat het niet lukt. De statuten vermelden dat " Aspirant-leden zijn nieuwe leden, die overigens voldoen aan lidmaatschap en die bij toelating voor de vereisten voor één jaar de status van ‘aspirant-lid’ krijgen." Het Huishoudelijk Reglement bepaalt dat " Gedurende het eerste jaar krijgt een nieuw lid de status van ‘aspirant-lid’. In dat jaar kan hij/zij door het bestuur geroyeerd worden zonder dat beroep op de ledenvergadering tegen dit royement mogelijk is."

De rechter is er vrij snel klaar mee (in kort geding). Uit (onder meer) de statuten blijkt dat aspirant-leden lid zijn, en artikel 2:35 BW bepaalt dat leden bij royement (ontzetting) in beroep kunnen gaan. Door …

Vervaltermijn en klachtplicht in het verenigingsrecht?

Rechtbank Amsterdam 21 juni 2017 
ECLI:NL:RBAMS:2017:3768

In deze zaak heeft het bestuur in maart 2013 het "voornemen"  geuit om een lid te royeren. Bij brief van 24 februari 2016 heeft het lid voor het eerst zijn bezwaren tegen zijn royement als lid kenbaar gemaakt aan de vereniging. In de tussentijd is er een rechtszaak geweest tussen (een b.v. van) het lid en de vereniging over de betaling van geldsommen, waarbij het het lid in het gelijk is gesteld.

De vereniging en het lid gaan ervan uit dat het lid per maart 2013 is geroyeerd. De vervaltermijn van één jaar van art. 2:15 BW is dus ruim verstreken. Het lid beroept zich echter op onrechtmatige daad, en vordert schadevergoeding en excuses, waarbij de tekst van de gevorderde excuses teven herstel van het lidmaatschap inhoudt.  De HR heeft geoordeeld dat de vervaltermijn van artikel 2:15 niet in de weg staat aan een beroep op onrechtmatigheid van royement (ECLI:NL:HR:2016:1061). De vereniging beroept zich echter op de klachtpli…

Misbruik van machtspositie en bondsstructuur

Rb. Amsterdam 14 juni 2017
ECLI:NL:RBAMS:2017:4061

Deze uitspraak betreft een conflict tussen een schaatsclub en een gewest van de bond. Het gewest wil niet langer de kunstijsbaan verhuren aan de schaatsclub. Er is een procedure geweest bij de geschillencommissie van de bond, op grond van het Reglement bondsrechtspraak. De geschillencommissie gaf het gewest gelijk in de (twee) uitspraken. De partijen merken in de rechtszaak de uitspraken van de geschillencommissie aan als bindend advies. De rechter toetst de uitspraak van de geschillencommissie slechts summier, en laat de uitspraak in stand.

Opvallend genoeg stelt het gewest als voorwaarde voor verhuur van de kunstijsbaan, dat de samenstelling van het bestuur van de schaatsclub verandert. De schaatsclub voerde nog aan dat deze eis misbruik van machtspositie is - wat mij een kansrijk argument lijkt. Het feit dat het gewest (of mogelijk de landelijke bond) eigenaar is van de schaatsbaan, betekent niet dat het gewest en/of landelijk bestuur…

Uitleg reglement (Degradatie voetbalclub)

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 9 juni 2017
ECLI:NL:GHARL:2017:4940

In deze zaak dient het hof te oordelen over de vraag, of de toepassing van een bepaling in een reglement van een vereniging door de vereniging, in stand kan blijven. Het hof overweegt:
" De (burgerlijke) overheidsrechter die de interne reglementering van een vereniging moet beoordelen, moet zich in beginsel beperken tot een marginale toetsing. Voor rechterlijk ingrijpen is slechts aanleiding als verenigingsbesluiten in redelijkheid niet hadden kunnen worden genomen. Dit is niet anders indien het gaat om de uitleg, die een orgaan van een vereniging geeft aan de interne verenigingsreglementen, zoals hier aan de orde. De door de Beroepscommissie gegeven uitleg van artikel 6 Licentiereglement kan die toets doorstaan. Weliswaar volgt de gegeven interpretatie niet dwingend uit de tekst van artikel 6 ook de door [appellant] gegeven uitleg daarvan is verdedigbaar maar naar het oordeel van het hof handelt de Beroepscommissi…

Royement: afwegen van staat van dienst lid

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 30 mei 2017ECLI:NL:GHSHE:2017:2298

Naar aanleiding van een "incident" (woordenwisselingen) tussen twee leden en een trainer bij een judovereniging, worden de twee geroyeerd (ontzet uit het lidmaatschap). Het royement houdt in hoger beroep geen stand. De vereniging heeft namelijk niet voldoende de belangen van het lid afgewogen.  Met name heeft de vereniging niet overwogen dat royement oneervol is vol het lid. Evenmin heeft de vereniging de staat van dienst van de leden overwogen, zoals het feit dat een van de twee leden erelid van de vereniging is.


" Volgens [de twee leden] is [bij het royement] geen acht geslagen op de onberispelijke staat van dienst van [de leden] gedurende een periode van vele tientallen jaren, het feit dat [lid 2] erelid van de vereniging is en dat hij is onderscheiden door de judobond voor zijn verdiensten ten behoeve van de vereniging en de judosport"

"De vereniging heeft niet betwist dat bij het nemen van …