22 september 2016

Beroepscommissie niet in statuten, uitspraak ongeldig (WBE)

Rechtbank Midden-Nederland 24 augustus 2016
ECLI:NL:RBMNE:2016:4563 

Een lid wordt geroyeerd en stelt beroep in bij de ALV. De ALV besluit dan, op voorstel van het bestuur, om het huishoudelijk reglement zo te wijzigen dat er een beroepscommissie is die besluit namens de ALV over het beroep. De beroepscommissie wijst het beroep af. De rechter ordeelt dat het het besluit van de ALV tot instellen van de beroepscommissie in strijd is met de wet en dus nietig. Artikel 2:35 lid 4 BW schrijft namelijk beroep bij de ALV voor, tenzij iets anders bepaald is in de statuten en niet in een huishoudelijk reglement. De uitspraak van de beroepscommissie is daarmee als besluit non-existent, volgens de rechter.
De rechter overweegt dan echter dat: " Hieruit volgt dat het wettelijk voorgeschreven interne beroep tegen het bestuurlijke ontzettingsbesluit nog niet heeft plaatsgevonden. [Het lid] kan zich daarom nog niet tot de rechter wenden ter toetsing van het ontzettingsbesluit zelf. In het verlengde daarvan kan evenmin worden toegewezen het gevraagde gebod dat [de vereniging] [het lid] weer volledig en zonder beperkingen toelaat als lid (...)."
Van de juistheid van die laatste overweging ben ik niet overtuigd.

Vonnis van 24 augustus 2016
in de zaak van [eiser] ,
tegen
de vereniging WILDBEHEEREENHEID [naam wildbeheereenheid],

De feiten

2.1.
[]

2.3.
Bij brief van 17 juli 2014 is aan [eiser] meegedeeld het besluit van het bestuur van WBE [naam wildbeheereenheid] van 2 juli 2014 om hem uit het lidmaatschap van de vereniging te ontzetten, in verband met schending van het concurrentieverbod.

21 september 2016

Niet gehandeld, wel persoonlijk aansprakelijk.

Rechtbank Midden-Nederland 24 augustus 2016
ECLI:NL:RBMNE:2016:4619 


De echtgenoot A van de gedaagde was penningmeester van een stichting van waaruit meer dan E 200.000 werd overgeboekt naar een vereniging waarvan gedaagde bestuurder was. Van daaruit werden de gelden in gedeelten overgeboekt naar de bankrekening van een vennootschap waarvan gedaagde bestuurder was, en diverse andere bankrekeningen. Gedaagde lijkt zich te beroepen op onbekendheid met de financiële zaken in de vereniging. Gedaagde is persoonlijk aansprakelijk jegens de stichting en wordt veroordeeld tot terugbetaling als schadevergoeding.

Of de vereniging verhaal biedt, blijkt niet uit de uitspraak. De uitspraak geeft niet aan dat gedaagde feitelijk zelf heeft gehandeld, dus het is geen Spaanse Villa aansprakelijkheid. Ook in het Tulip-arrest (HR 5 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2628) handelde de bestuurder zelf.



Vonnis in hoofdzaak van 24 augustus 2016
in de zaak van
de stichting [SWS], tegen
[gedaagde] ,

(...)


2 De feiten
2.1. [gedaagde] en de heer [A] (hierna [A] ) waren tot 2 december 2015 echtgenoten.
2.2.
SWS is een charitatieve instelling met een christelijke achtergrond. SWS houdt zich bezig met welzijnswerk voor ouderen.
2.3.
[A] is van 10 januari 2013 tot en met 9 oktober 2015 bestuurder van SWS geweest. [A] vervulde in het bestuur van SWS vanaf 1 januari 2014 tot en met zijn aftreden de functie van penningmeester.
2.4.
In de periode 30 januari 2014 tot en met 30 juli 2015 is – in totaal – een bedrag van € 210.536,- overgeboekt van de bankrekening van SWS naar die van de vereniging [vereniging ] (hierna: de Vereniging). Voornoemd bedrag is vervolgens vanaf de bankrekening van de Vereniging in gedeelten overgeboekt naar de bankrekening van [vennootschap] (hierna: de Vennootschap), naar een andere rekening van de Vereniging en naar bankrekeningen van derden. Het naar de rekening van de Vennootschap overgeboekte bedrag is vervolgens in delen doorgeboekt naar een vijftal andere rekeningen, waarvan één rekening op naam van [gedaagde] en één rekening op naam van [A] en [gedaagde] samen. Op de beide laatstbedoelde rekeningen is aldus in totaal € 12.965,- overgeboekt.

1 september 2016

Geen intern beroep ingesteld dus niet ontvankelijk

Rb. Limburg 31 augustus 2016

De rechter besluit dat een lid dat geen gebruik maakt van beroep bij de ALV tegen een besluit tot opzegging van zijn lidmaatschap, niet ontvankelijk is in zijn vorderingen bij de burgerlijke rechter.



Vonnis van 31 augustus 2016
in de zaak van
[eiser in conventie, verweerder in reconventie] ,tegen
de vereniging DE BAEKER POTTENTAOTE,