21 juni 2016

Geen verplicht lidmaatschap (De Middelburcht)

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 15 oktober 2014
ECLI:NL:RBZWB:2014:9245 (online op 16 juni 2016)



Een flatcoöperatie, nu omgezet in een vereniging om fiscale redenen, probeert een bewoner aan het gestelde lidmaatschap van rechtswege te houden. De vereniging is echter geen VvE maar een Boek 2 vereniging en het splitsingsreglement bevat geen regeling inzake verplicht lidmaatschap in de zin van artikel 5:112 lid 3 BW. De kantonrechter is er vervolgens vrij snel klaar mee: " een onopzegbare verplichting tot het aanhouden van het lidmaatschap van de vereniging strijdig is met het wettelijk stelsel waarvan artikel 2: 35 BW een weergave is" . Hij wijst de vorderingen af.



Hoger beroep: Gerechtshof 's-Hertogenbosch 20 april 2016 (ECLI:NL:GHSHE:2016:1516)


Vonnis van de kantonrechter d.d. 15 oktober 2014
in de zaak van
de vereniging VERENIGING TOT VERLENING VAN DIENSTEN AAN DE BEWONERS VAN DE SERVICEFLAT “DE MIDDELBURCHT” U.A.,

rechtsopvolgster van de COÖPERATIE TOT VERLENING VAN DIENSTEN AAN DE BEWONERS VAN DE SERVICEFLAT “DE MIDDELBURCHT” U.A.,
handelend onder de naam SERVICEFLAT “DE MIDDELBURCHT”,
eisende partij,
verder te noemen: de vereniging,

t e g e n :
[gedaagde] ,

18 juni 2016

Frauderende penningmeester

Rechtbank Gelderland 30 maart 2016
ECLI:NL:RBGEL:2016:2973

Frauderende penningmeester. Tussenvonnis over bewijslevering. De vereniging moet aanvullend bewijs voor de gestelde schade leveren voor zover deze het bedrag van E 29.000 te boven gaat, dit is het bedrag dat de penningmeester erkent te hebben ontrokken aan de kas.

Als curiositeit: de vereniging wordt aangeduid als een "vereniging met zelfstandige rechtspersoonlijkheid"



Vonnis van 30 maart 2016
in de zaak van
de vereniging met zelfstandige rechtspersoonlijkheid (sic!) [eiser],
tegen [gedaagde],

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.

De feiten

2.1.
[gedaagde] is vanaf 1 januari 2012 tot 27 mei 2014 penningmeester geweest van [eiser] .
2.2.
Nadat binnen het bestuur van [eiser] twijfels waren gerezen over de financiële situatie heeft de kascontrolecommissie een accountantsbureau opdracht gegeven om de boekhouding te controleren. Onderzoek heeft uitgewezen dat er in 2013 en 2014 aanzienlijk bedragen aan geld zijn onttrokken aan de kas van [eiser] . [gedaagde] heeft erkend dat hij geld aan de kas heeft onttrokken voor eigen doeleinden en heeft per 27 mei 2014 zijn ontslag als penningmeester ingediend.

16 juni 2016

Besluit of bindend advies (NVvT)

Rechtbank Midden-Nederland 25 mei 2016
ECLI:NL:RBMNE:2016:2676 


Een lid stelt bezwaar in bij de bezwaarcommissie van een vereniging tegen de weigering om het lid te registreren met een bepaalde aanduiding (het betreft een privaatrechtelijke beroepsvereniging). Het bezwaar wordt afgewezen, de commissie geeft als " bindend advies" dat de weigering van de registratie terecht is. Het lid legt dit aan de rechter voor. De rechter vraagt zich af of de uitspraak een besluit in de zin van artikel 2:8 en 2:15 BW is, of een bindend advies.

" In dit verband houdt partijen de vraag verdeeld welk criterium gehanteerd moet worden bij de beoordeling van [eiseres] ’s vordering: de redelijkheidstoets van artikel 2:8 BW of de ‘onaanvaardbaarheidstoets’ van artikel 7:904 BW. Het antwoord op die vraag valt samen met het antwoord op de vraag of de beslissing van de bezwaarcommissie een tussen [eiseres] en NVvT c.s. geldend bindend advies is in de zin van (de uitkomst van) een tussen hen geldende vaststellingsovereenkomst (zoals NVvT c.s. stelt) of dat het daarop gebaseerde besluit van het bestuur van de NVvH een zelfstandig besluit van NVvT c.s. betreft (zoals [eiseres] stelt). De rechtbank stelt vast dat het reglement dat geldt voor de toetsingscommissie in artikel 6 (handelend over de bezwaarmogelijkheid) niet over bindend advies spreekt, maar wel voorschrijft dat eerst de bezwaarprocedure moet worden gevolgd alvorens de bezwaarmaker gerechtigd is ‘andere procedures te vervolgen’." De rechter oordeelt dat het gaat om een besluit dat getoetst dient te worden aan artikel 2:8 BW.
Ik merk op dat zowel artikel 2:8 lid 2 BW en artikel 7:904 BW gelijkluidend spreken van 
"naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn"



Vonnis van 25 mei 2016
in de zaak van [eiseres], 
tegen
1. de vereniging NEDERLANDSE VERENIGING VOOR TRAUMACHIRURGIE,
2. de vereniging NEDERLANDSE VERENIGING VOOR HEELKUNDE,
gedaagden,

14 juni 2016

Wetsvoorstel Bestuur en toezicht


Het Wetsvoorstel Bestuur en toezicht rechtspersonen is ingediend.

Het wetsvoorstel bevat een aantal belangrijke wijzigingen voor verenigingen.

Het nieuwe artikel 2:9 lid 5 BW geeft een nieuwe regeling voor tegenstrijdig belang:
" Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming indien hij
daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang
van de rechtspersoon en de daaraan verbonden onderneming of organisatie. Wanneer
hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door de
raad van commissarissen. Bij ontbreken van een raad van commissarissen wordt het
besluit genomen door de algemene vergadering, tenzij de statuten anders bepalen"

Het nieuwe artikel 2:9 lid 6 BW bepaalt dat de statuten een regeling moeten bevatten voor in geval van  ontstentenis of belet van elk van de bestuurders (bijv. als het hele bestuur opstapt).

Het wordt ook voor verenigingen mogelijk om niet-uitvoerende bestuurders te benoemen (een constructie met een algemeen en dagelijks bestuur, maar dan met wettelijke basis in het nieuwe artikel 2:9a BW).

Het nieuwe artikel 2:9c BW bepaalt dat dat in geval van faillissement, ieder bestuurslid jegens de boedel hoofdelijk aansprakelijk is voor het tekort indien het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is voor het faillissement. Tot nu toe bepaalde de wet dit alleen voor BV en NV.
Indien de boekhouding niet aan de vereisten van artikel 2:10 voldoet, dan heeft het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk vervuld (tegenbewijs niet mogelijk, maar onbelangrijke verzuimen worden niet in aanmerking genomen) en wordt vermoedt dat onbehoorlijke taakvervulling een een belangrijke oorzaak is van het faillissement (tegenbewijs mogelijk). Deze bepaling is niet van toepassing op onbezoldigde bestuurders van informele verenigingen en van verenigingen die niet aan de heffing van de vennootschapsbelasting zijn onderworpen.

De raad van commissarissen krijgt een uitgebreide regeling in artikelen  2:11 tot en met 2:11c BW





10 juni 2016

Informele vereniging en aansprakelijkheid (DTV groep)

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 26 april 2016
ECLI:NL:GHARL:2016:3406

Zaak betreft een inkoopvereniging voor ondernemers, waarbij geïntimeerde de spil is. Kortingen bedongen door de vereniging worden uitbetaald als bonussen aan geïntimeerde. Een van de aangesloten ondernemingen, Mazzelshop,  zegt het lidmaatschap op en vordert uitbetaling naar rato van deze bonussen. Geïntimeerde beroept zich erop dat hij slechts lid van de inkoopvereniging is en dat Mazzelshop in ieder geval geen vordering jegens hem heeft.

Het hof:
" Uit het voorgaande volgt derhalve dat DTV Groep als samenwerkingsverband heeft deelgenomen aan het rechtsverkeer en, mede in het licht van de overige onder 3.6 genoemde omstandigheden, moet worden beschouwd als een informele vereniging in de zin van de wet en dus ingevolge artikel 2:3 BW rechtspersoonlijkheid bezit.
Dat betekent dat Mazzelshop, nu haar vordering is gegrond op nakoming van (betalings)verplichtingen van DTV Groep, [geïntimeerde] daarvoor niet in rechte kan betrekken. De vordering van Mazzelshop jegens [geïntimeerde] ligt daarmee voor afwijzing gereed.
Daarbij neemt het hof tot slot nog in aanmerking dat gesteld noch gebleken is dat [geïntimeerde] als bestuurder van DTV Groep kan worden beschouwd. Mazzelshop heeft ook niet aan haar vordering ten grondslag gelegd dat [geïntimeerde] in die hoedanigheid aansprakelijk zou zijn voor de bedoelde schuld."

3 De motivering van de beslissing in hoger beroep

3.1
Het gaat in deze zaak kort gezegd om het volgende.
Op 1 januari 2010 is Mazzelshop door ondertekening van een samenwerkingsovereenkomst lid geworden van de DTV Groep, een groep van detaillisten uit de tuinmeubelbranche. Het lidmaatschap werd aangegaan voor de duur van 1 jaar en had tot doel om door gezamenlijke inkoop betere condities te verkrijgen. [geïntimeerde] is eveneens lid van de DTV Groep. In het huishoudelijk reglement van de DTV Groep is onder meer bepaald dat (i) bij opzegging van het lidmaatschap het lid al haar rechten op extra condities en andere voordelen van de groep verliest, en (ii) groepskapitaal, verkregen door reclame of op andere wijze, niet wordt uitgekeerd.


8 juni 2016

Hoge Raad: Vervaltermijn en onrechtmatige daad (IMG / X)

Hoge Raad 3 juni 2016
ECLI:NL:HR:2016:1061

Een vereniging zegt het lidmaatschap van een lid (een onderneming) met onmiddellijke ingang op. Na het verstrijken van de vervaltermijn van artikel 2:15 BW stelt het lid een vordering tot schadevergoeding in op de grond dat de opzegging onrechtmatig is. Het hof heeft de vordering toegewezen.
De Hoge Raad oordeelt dat "art. 2:15 BW [] een zodanige, op onrechtmatige daad gebaseerde, vordering niet uit [sluit], ook niet in een geval waarin een lid van de rechtspersoon daarmee wil opkomen tegen de opzegging van zijn lidmaatschap van die rechtspersoon."

3Uitgangspunten in cassatie

3.1
In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.
(i) [verweerster] voert een onderneming waarin de detailhandel in meubelen wordt uitgeoefend. []
(ii) IMG is bij notariële akte opgericht als vereniging. Leden van de vereniging zijn, kort samengevat, (eigenaren van) detailhandelzaken in meubelen, []
(vi) Bij brief van 20 juli 2005 heeft IMG aan [verweerster] het lidmaatschap van laatstgenoemde met onmiddellijke ingang opgezegd met als reden “(…) dat van ons als vereniging redelijkerwijs niet kan worden gevergd het lidmaatschap langer te laten voortduren (…)” IMG voerde vier gronden aan die volgens haar zowel ieder voor zich als gezamenlijk tot dat standpunt leidden, te weten: