23 februari 2016

Bekend met onverschuldigde betaling (Prins Hendrik)

Gerechtshof Den Haag 9 februari 2016
ECLI:NL:GHDHA:2016:160
Quasi-VVE moet een bedrag betalen aan een bedrijf wegens "energieleveranties". Huidig bestuur meent dat in 2008 onverschuldigd bedragen zijn betaald aan het bedrijf. De vordering uit onverschuldigde verjaring is echter verjaard.
"Het verweer van de Vereniging dat de betalingen in 2008 werden verricht door het oude bestuur van de Vereniging en dat het huidige bestuur van de Vereniging pas later (namelijk in 2009) bekend raakte met de vordering, gelet op het onrechtmatige karakter van de betalingen, wordt verworpen. Voor zover de Vereniging hiermee heeft willen betogen dat de subjectieve bekendheid van het huidige bestuur bepalend is voor de aanvang van de verjaringstermijn van deze vordering van de Vereniging, berust dit betoog op een onjuiste rechtsopvatting. Niet het bestuur is ‘de schuldeiser/betaler’ in voormelde zin, maar de Vereniging. "



Arrest d.d. 9 februari 2016
inzake  [] (zaak I) van:
[bedrijf], appellant, hierna te noemen: [D], tegen

de rechtspersoonlijkheid bezittende (sic!) vereniging
VERENIGING VAN EIGENAREN VAN CHALETS IN HET RECREATIEPARK FORT PRINS FREDERIK,
geïntimeerde, hierna te noemen: de Vereniging,

en

inzake [] (zaak II) van: [naam], appellant, hierna te noemen: [P],
tegen de rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging
VERENIGING VAN EIGENAREN VAN CHALETS IN HET RECREATIEPARK FORT PRINS FREDERIK, geïntimeerde, hierna te noemen: de Vereniging,



Beoordeling van het hoger beroep

1. Het hof blijft bij hetgeen in het tussenarrest van 29 september 2015 is overwogen.
Energieleveranties en buitengerechtelijke incassokosten (zaak I)
2. Omtrent de vordering van [D] wegens energieleveranties heeft het hof in voormeld tussenarrest (in rechtsoverweging 13) overwogen, dat deze vordering toewijsbaar is tot een bedrag van € 5.620,44, vermeerderd met de – niet weersproken – wettelijke rente vanaf 18 april 2013. [...]
De tegenvordering van de Vereniging ten bedrage van € 9.000,-- wegens onverschuldigde betaling (zaak I, reconventie).
5. De Vereniging vordert in hoofdsom veroordeling van [D] tot betaling van een bedrag van € 9.000,--. De Vereniging stelt daartoe dat tussen 31 maart 2008 en 15 mei 2008 diverse bedragen van de rekening van de Vereniging zijn overgeboekt naar [D] onder vermelding ‘Betaling facturen namens [D]’, ‘Voorschot’, ‘Spoedoverboeking. Voorschot [D] ’ en “Voorschot tbv [D]’ , zonder dat de Vereniging (jaren later) in haar administratie documenten hierover heeft aangetroffen ter onderbouwing van deze overboekingen. Het gaat in totaal om een bedrag van  € 9.000, -- dat door de Vereniging onverschuldigd aan [D] is betaald, althans waarmee [D] ten koste van de Vereniging ongerechtvaardigd is verrijkt.

17 februari 2016

Contributie niet innen (Schuldbekentenis)

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 9 februari 2016
ECLI:NL:GHSHE:2016:390

Nasleep van frauderende penningmeester. Uitleg en nakoming van vaststellingsovereenkomst. Decharge doet niet af aan in vaststellingsovereenkomst neergelegde schuldbekentenis. Penningmeester dient ook, zoals overeengekomen, niet geïnde contributies te vergoeden aan de vereniging. Uit de zaak valt een nuttige tip voor penningmeesters op te maken: zorg voor een uitdrukkelijk bestuursbesluit op papier als je contributie niet int of als de ledenadministratie niet up to date is.


arrest van 9 februari 2016

in de zaak van
[appellant], tegen
de vereniging C.V. [de vereniging] , hierna aan te duiden als de vereniging,

op het bij exploot van dagvaarding van 4 maart 2014 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 11 december 2013, door de rechtbank Maastricht, thans rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, gewezen tussen [appellant] als gedaagde in conventie, eiser in reconventie en de vereniging als eiseres in conventie, verweerster in reconventie.

3De beoordeling


3.1.
In dit hoger beroep kan worden uitgegaan van de volgende feiten.
a. a) [appellant] is van 2007 tot 1 april 2010 penningmeester van de vereniging geweest.
b) Een schriftelijk stuk met het opschrift “Schuldbekentenis” dat is ondertekend door [appellant] en (namens) de vereniging houdt onder meer het volgende in:
“(…) De heer [appellant] (…) hierna genoemd “schuldenaar”, verklaart:

Dat hij d.d. 3 April 2010 verschuldigd is aan [de vereniginghierna genoemd “schuldeiser” €2325 (…) dit bedrag te verhogen met de eventuele na controle van de kas boeken gebleken te vorderen bedragen (…)
Ondergetekenden zijn ter zake van deze Schuld het navolgende overeengekomen:
(…)”

10 februari 2016

Beroep op ALV is achteraf (Schelforst)

Rechtbank Overijssel 8 februari 2016

Conflict bij volkstuinvereniging. Bestuur zegt lidmaatschap van lastige leden op. Statuten geven recht op beroep daartegen bij ALV. Bestuur weigert dit omdat het "het ten vierde male bijeen roepen van de ALV dient volgens het bestuur geen enkel doel, nu de leden zich reeds hebben uitgesproken in de [voorafgaand aan de opzegging] gehouden ALV." De rechter maakt korte metten met dit argument. Als de statuten recht geven op beroep tegen opzegging, dat maakt het niet of en hoe de voorgenomen opzegging op ALVs is besproken en dat toen een ruime meerderheid van de leden voor was.

" Ten onrechte gaat het bestuur van de Volkstuinvereniging ervan uit dat de in artikel 5 lid 7 bedoelde ALV al op 21 september 2015, voorafgaande aan haar opzeggingsbesluit, heeft plaatsgevonden. Dat is niet slechts in strijd met de voorgeschreven statutaire gang van zaken maar zou ook de positie van [eiser 2 = het lid] c.s ten onrechte verzwakken. Ter vergadering dient het bestuur haar besluit aan de ALV voor te leggen en toe te lichten, waarna [eiser 2] c.s het recht hebben om hun visie op de zaak aan de ALV te geven. Het gaat dan om een vergadering die duidelijk is geagendeerd, waaruit zonneklaar blijkt dat het bestuur haar opzeggingsbesluit van [eiser 2] c.s als gevolg van het daartegen ingestelde beroep, aan de ALV wil voorleggen en zal handhaven als de ALV het bezwaar van [eiser 2] c.s afwijst. De oproeping van de vergadering van 21 september 2015 [] is niet op deze duidelijke wijze geagendeerd zodat niet vaststaat dat ter vergadering alle leden aanwezig waren die over de materie zouden willen oordelen. Het niet volgen van artikel 5 lid 7 van de statuten zou de besluitvorming in strijd doen zijn met het bepaalde in onder meer de artikelen 2:8 en 2:14 B.W."





Vonnis in kort geding van 8 februari 2016
in de zaak van1 [eiser 1] - 3. [eiser 3], eisers,tegen de rechtspersoonlijkheid bezittende (sic!) vereniging
VOLKSTUINVERENIGING SCHELFORST, gedaagde,


Partijen zullen hierna [eiser 2] c.s. en de Volkstuinvereniging genoemd worden.

2De feiten

2.1.
Eisers zijn lid van de Volkstuinvereniging. Deze vereniging is in 2010 opgericht, nadat het Volkstuincomplex ‘Schelfhorst’ failliet was gegaan. Eisers waren lid van de tuintechnische commissie, die onder meer tot haar taak had het adviseren van het bestuur inzake de verhuur van tuinen.

5 februari 2016

Buitengewone ALV (Casinopersoneel)

Rechtbank Limburg 27 januari 2016
ECLI:NL:RBLIM:2016:683

De vereniging kent een "kaderbestuur" en een hoofdbestuur (dagelijks bestuur). Zowel het kaderbestuur als het hoofdbestuur kunnen met gewone meerderheid van stemmen besluiten een ALV bijeen te roepen. Het kaderbestuur kan daarnaast met drie/vierde meerderheid het hoofdbestuur verzoeken een buitengewone ALV bijeen te roepen (net als een/tiende van het aantal leden). Een meerderheid, maar minder dan drie/vierde meerderheid, van het kaderbestuur wil van het bestuur af. Na enkele pogingen om het hoofdbestuur een buitengewone ALV te laten uitschrijven, besluit het kaderbestuur bij meerderheid een gewone ALV bijeen te roepen en bekend te maken via alternatieve kanalen (waaronder facebook en de prikborden in de vestigingen van bedrijf) omdat het hoofdbestuur medewerking van de ledenadministratie weigert. De rechter oordeelt dat deze ALV geldig bijeengeroepen is en bevoegd was besluiten te nemen (en het zittende hoofdbestuur te ontslaan).

De uitspraak is met name van belang vanwege het goedkeuren het bekendmaken van de ALV via alternatieve kanalen (overigens omdat de statuten wel een termijn voor de oproeping, maar niets over de wijze waarop).



Vonnis in kort geding van 21 januari 2016 (motivering gegeven op 27 januari 2016)
in de zaak van
1. de vereniging ALGEMENE BOND CASINOPERSONEEL,
2. de stichting STICHTING ALGEMENE BOND CASINOPERSONEEL,
3. [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie sub 3],
eiseressen, van wie [eiseres in conventie, gedaagde in reconventie sub 3] gedaagde in reconventie,

tegen
1. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] ,
2. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie su b 2],
3. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 3],
4. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 4], gedaagden, eisersin reconventie,