26-07-15

Informele vereniging en crowdfunding

Rechtbank Rotterdam 17 april 2015
ECLI:NL:RBROT:2015:2639 (online 17 juli)



Er lijkt hier iets grondig mis te gaan met een crowdfunding website, die zijn geld probeert terug te krijgen namens de groep van investeerders. Het crowdfundingsbedrijf stelt op te treden als lasthebber van een informele vereniging van geldschieters. Het bestaan van de lastgevingsovereenkomst wordt betwist. Het crowdfundingsbedrijf stelt vervolgens dat ze optreedt in opdracht van " alle leden"  van de informele vereniging, maar kan of wil de namen van de geldschieters niet noemen. Kortom, de gebruikte constructie werkt niet: als er een echte informele vereniging is, dan heeft deze rechtspersoonlijkheid en is het niet nodig om de namen te noemen van de leden, maar dan zou de lening worden afgelost aan de informele vereniging en niet aan de geldschieters. Men kan zich afvragen of hier niet gewoon een commanditaire vennootschap is ontstaan (de daartoe strekkende overeenkomst is vormvrij). 


vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van
de vennootschap onder firma Geldvoorelkaar.nl , eiseres,
tegen
1 de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Iconic Media Group Netherlands B.V. , gedaagde sub 1, niet verschenen.

2 [gedaagde 2],




Partijen worden hierna aangeduid als “Geldvoorelkaar”, “Iconic” en “[gedaagde 2]”.

1Het verloop van de procedure


1.1
Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:
  • -
    het exploot van dagvaarding van 11 september 2014 met producties;
  • -
    de conclusie van antwoord;
  • -
    de conclusie van repliek met producties, en
  • -
    de conclusie van dupliek.
1.2
Tegen Iconic is verstek verleend.
1.3
De datum voor de uitspraak van dit vonnis is nader bepaald op heden.

2De vordering


2.1
Geldvoorelkaar heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Iconic en [gedaagde 2] hoofdelijk te veroordelen aan haar tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen € 25.000,00 (zijnde een deel van de totale vordering, onder reserve van rechten op de invordering van het restant), vermeerderd met de overeengekomen vertragingsrente van 10% per jaar over € 77.810,76, vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van algehele voldoening, met hoofdelijke veroordeling van Iconic en [gedaagde 2] in de kosten van de procedure.
2.2
Geldvoorelkaar stelt dat zij in deze procedure optreedt als lasthebber van de bij haar onder nummer 30286101 geregistreerde informele vereniging, welke vereniging aan Iconic en [gedaagde 2] een kredietsom van € 68.500,00 in verbruikleen heeft verstrekt onder de voorwaarden zoals opgenomen in de schuldbekentenis met leningnummer 003285.
2.3
Aan haar vordering legt Geldvoorelkaar - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - ten grondslag dat Iconic en [gedaagde 2] in gebreke zijn gebleven met volledige (tijdige) aflossing van het onder 2.2 genoemd krediet, zodat op grond van artikel 4 van de schuldbekentenis alles wat lastgevers van Iconic en [gedaagde 2] te vorderen hebben, vervroegd en ineens opeisbaar is. Geldvoorelkaar stelt dat zij haar vordering tot € 25.000,00 heeft beperkt ter voorkoming van verplichte procesvertegenwoordiging en ter voorkoming van een hoger bedrag aan griffierecht voor Iconic en [gedaagde 2].
2.4
Bij conclusie van repliek heeft Geldvoorelkaar de grondslag van haar vordering aangevuld. Geldvoorelkaar stelt dat [gedaagde 2] niet alleen uit hoofde van de overeenkomst, maar ook uit hoofde van onrechtmatige daad gehouden is om de schade, zoals gespecificeerd in de dagvaarding, te vergoeden. [gedaagde 2] is de overeenkomst volgens Geldvoorelkaar te lichtvaardig aangegaan, gelet op het feit dat Iconic op 13 september 2014 is uitgeschreven uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

3Het verweer


3.1
[gedaagde 2] betwist allereerst dat er sprake is van lastgeving, omdat een overeenkomst van lastgeving ontbreekt. [gedaagde 2] wordt nu gedagvaard door een groep anonieme personen, waardoor hij wordt geschaad in zijn procespositie. [gedaagde 2] voert aan dat hij er belang bij heeft om te weten wie de lastgevers zijn, omdat de individuele lastgevers anders later ook zelf een procedure tegen hem kunnen starten voor dezelfde gepretendeerde vordering en hij niet weet aan wie en hoeveel hij al heeft betaald.
3.2
[gedaagde 2] heeft betwist dat hij in privé geld heeft geleend van Geldvoorelkaar. [gedaagde 2] heeft aangevoerd dat de betreffende lening is aangegaan door Iconic, zodat Iconic met haar vermogen aansprakelijk is voor nakoming daarvan en niet [gedaagde 2] in privé.
3.3
Voor het geval geoordeeld zou worden dat [gedaagde 2] als natuurlijk persoon wel hoofdelijk aansprakelijk is, beroept hij zich op dwaling en roept hij de vernietiging van de overeenkomst in en beroept hij zich op de toepasselijkheid van de Wet op het Consumentenkrediet. [gedaagde 2] voert aan dat Geldvoorelkaar is aan te merken als een kredietgever, terwijl zij zich niet aan alle voor kredietgevers geldende wet- en regelgeving heeft gehouden.
3.4
[gedaagde 2] verzoekt om Geldvoorelkaar te veroordelen in de proceskosten, waaronder € 131,00 aan nakosten en € 199,00 in geval van betekening, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na dagtekening van het te wijzen vonnis.

4De beoordeling


4.1
Geldvoorelkaar stelt dat zij opdracht heeft gekregen van een groep investeerders, die bij Geldvoorelkaar bekend zijn als de informele vereniging met nummer 30286101, om in het belang van en voor rekening van die investeerders ter incassering van hun vordering op [gedaagde 2] jegens [gedaagde 2] op te treden krachtens lastgeving (artikel 7:414 BW), zij het op naam van Geldvoorelkaar. [gedaagde 2] betwist dat er sprake is van lastgeving en wijst op het ontbreken van enige stukken ter onderbouwing daarvan. Dat verweer geeft aanleiding voor een nadere onderbouwing van de gestelde lastgeving door Geldvoorelkaar.
4.2
Geldvoorelkaar stelt in reactie op het verweer van [gedaagde 2] dat zij in opdracht van alle leden van voornoemde informele vereniging optreedt en dat die lastgeving tussen Geldvoorelkaar en elke investeerder is vastgelegd in ‘de betreffende overeenkomst.’ In plaats van de betreffende overeenkomst brengt Geldvoorelkaar slechts een voorbeeld van een investeringsovereenkomst in het geding. Geldvoorelkaar wijst er daarnaast op dat dit voorbeeld ook eenvoudig op haar website is terug te vinden. Het gaat echter niet om de algemene inhoud van dergelijke overeenkomsten, maar om de inhoud van deze specifieke lastgevingsovereenkomst. Het had op de weg van Geldvoorelkaar gelegen om bij conclusie van repliek niet alleen een algemeen voorbeeld, maar de specifieke ‘betreffende’ overeenkomst in het geding te brengen. Daaruit had dan moeten blijken dat een lastgevingsovereenkomst tussen de vereniging en Geldvoorelkaar bestaat.
Gelet op de fase waarin de procedure zich bevindt en het bij conclusie van antwoord op dit punt door [gedaagde 2] gevoerde uitvoerige verweer, ziet de kantonrechter geen aanleiding om Geldvoorelkaar in de gelegenheid te stellen het bestaan van de lastgevingsovereenkomst alsnog te bewijzen. Te meer omdat Geldvoorelkaar daartoe ook geen specifiek bewijsaanbod heeft gedaan. Het bewijsaanbod van Geldvoorelkaar ziet op het ‘toestemming vragen aan de investeerders om hun namen kenbaar te maken en indien en voor zover de kantonrechter dat noodzakelijk acht hun investeringsovereenkomsten met Geldvoorelkaar te overleggen.’ Aan de aangeboden bewijslevering - ten aanzien van de identiteit en de hoedanigheid van de partijen die een vordering tegen [gedaagde 2] hebben ingesteld - zou pas zijn toegekomen als de eerste horde al was genomen, namelijk de vaststelling van het bestaan van een lastgevingsovereenkomst tussen de informele vereniging en Geldvoorelkaar. Die eerste horde is niet genomen.
4.3
De conclusie is dat Geldvoorelkaar, alle overgelegde stukken in aanmerking nemend, niet in haar vordering kan worden ontvangen, omdat zij onvoldoende aangetoond heeft dat zij gerechtigd is het door haar in deze procedure gevorderde bedrag van de vereniging die bij haar bekend is onder nummer 30286101 te innen. De slotsom is dat Geldvoorelkaar niet ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering.
4.4
Geldvoorelkaar wordt veroordeeld in de kosten van de procedure. De door [gedaagde 2] (voorwaardelijk) gevorderde afwikkelingskosten (nakosten) worden afgewezen, nu voldoende gegevens ontbreken om die kosten reeds thans te kunnen begroten. Mocht tussen partijen een geschil ontstaan omtrent de omvang van die kosten, staat het [gedaagde 2] vrij de kantonrechter te verzoeken deze te begroten op de voet van artikel 237 lid 4 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
4.5
Ook ten opzichte van Iconic wordt Geldvoorelkaar niet ontvankelijk verklaard in haar vordering. Weliswaar strekken de door [gedaagde 2] gevoerde verweren in beginsel niet ten gunste van Iconic, maar in het onderhavige geval is sprake van een rechtsverhouding die noopt tot een voor alle gedaagden gelijke beslissing (HR 28 mei 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZC2911 (Spektrum/Van der Valk)).

5De beslissing


De kantonrechter:

verklaart Geldvoorelkaar niet ontvankelijk in haar vordering;