Posts

Posts uit oktober, 2014 weergeven

Klacht tegen notaris inzake royement (Kring Vrienden)

Gerechtshof Amsterdam 7 februari 2012
ECLI:NL:GHAMS:2012:BV5543 (niet eerder gesignaleerd)
Tuchtrechtelijke zaak tegen een notaris. Uitleg over royement (ontzetting) dat direct tijdens een ALV mondeling bekend wordt gemaakt aan de leden - moeten deze de ALV per verlaten, of pas na ontvangst van de brief over het royement?  "Voor het zich hier voordoende geval dat een besluit tot royement aanstonds mondeling aan het lid wordt medegedeeld bieden de statuten geen regeling. Te verdedigen valt dat een dergelijke mededeling tot gevolg heeft dat het lid geschorst is en geen toegang meer heeft tot ledenvergaderingen, behalve die waarin zijn beroep wordt behandeld. De beroepstermijn, gedurende welke het lid is geschorst, kan immers worden geacht op het moment van de mondelinge mededeling te zijn ingegaan, zij het dat die niet eerder eindigt dan een maand na ontvangst van de schriftelijke kennisgeving. Een andere uitleg is ook verdedigbaar, maar zelfs als die juist(er) zou zijn, kan niet wo…

Klacht notaris (Kring Vrienden)

Gerechtshof Amsterdam 21 oktober 2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:4397


Tuchtklacht tegen de notaris in de nasleep van het conflict bij de vereniging Kring Vrienden. Korte overweging over de rol van een notaris die aanwezig is bij een ALV om daarvan een proces-verbaal op te maken.

Beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 28 augustus 2014 en uitgesproken op 21 oktober 2014inzake [klager], appellant, tegen[notaris], geïntimeerde.

Verenigingstuchtrecht en art. 6 EVRM

Conclusie AG Vlas 5 september 2014
ECLI:NL:PHR:2014:1743
Hoge Raad 24 oktober 2014 (art. 81 RO) ECLI:NL:HR:2014:3037
In cassatie op ECLI:NL:GHDHA:2013:5198

Zaak tussen oud-broeder en de Congregatie en de Provincie, dit zijn kerkelijke, rechtspersoonlijkheid bezittende verenigingen(*) van religieuzen binnen de Rooms Katholieke Kerk.

Hof, r.o. 14 : "[] Onderdeel van het canoniek recht is de wegzendingsprocedure waar de voorliggende zaak om draait. Het hof duidt die procedure als een tuchtrechtelijke procedure. Het staat de burgerlijke rechter niet vrij die tuchtrechtelijke procedure [] als beheerst door het canonieke en niet het Nederlands civiele recht, inhoudelijk te beoordelen. [] Slechts een marginale toetsing is toegelaten. [] In dat kader heeft [appellant] betoogd dat de wegzendingsprocedure getoetst moet worden aan art. 6 EVRM.


15. Inzake het verenigingstuchtrecht (zoals hier aan de orde) wordt toepasselijkheid van art. 6 EVRM niet aangenomen. Genoemde bepaling richt zich tegen …

Opgave van redenen bij royement (RTO)

Rechtbank Rotterdam 22 oktober 2014
ECLI:NL:RBROT:2014:8659

Toetsing van een besluit tot ontzetting (royement) aan de procedurele regels en aan de redelijkheid en billijkheid.


"Met betrekking tot de feiten die aan het besluit ten grondslag liggen zijn genoemd ‘het gedrag’ en ‘het niet naleven van de statuten van RTO en het huishoudelijk reglement van RAT’. Hoewel summier, is de rechtbank van oordeel dat deze omschrijving voldoet aan de eis van ‘opgave van redenen’ als bedoeld in artikel 2:53 lid 4 BW en het noemen van ‘feiten’ als bedoeld in artikel 10 lid 3 van de Statuten. De ratio van deze bepaling is immers dat het betrokken lid verweer kan voeren tegen zijn ontzetting bij (het door de statuten aangewezen orgaan dan wel) de rechter. Nu [eiser] bij de [ALV] aanwezig was en de verwijten van RTO aan [eiser] bovendien ook in het [al eerder gevoerde] kort geding aan de orde zijn geweest, kon RTO in de gegeven omstandigheden in de brief van 31 december 2013 volstaan met de beknopte b…

Niet toelaten leden (Tuinwijk hoger beroep)

Gerechtshof Amsterdam 14 oktober 2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:4257
Hoger beroep van Rb. Noord-Holland 21 maart 2014

Een persoon staat jaren als "kandidaat-lid" op de wachtlijst van een "kleine" woningbouwvereniging die alleen verhuurt aan leden. Tegen de tijd dat de kandidaat vrij hoog op de wachtlijst staat, wordt hij geschrapt van de kandidatenlijst, in eerste intantie zonder opgaaf van redenen. De rechtbank had de vereniging bij wijze van voorlopige voorziening veroordeeld om eiser op de oude plek op kandidatenlijst terug te plaatsen. Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter na een marginale toetsing van het besluit tot schapping van de kandidatenlijst, welk besluit dus zelfs een marginale toetsing niet kan doorstaan. GERECHTSHOF AMSTERDAMarrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 14 oktober 2014 inzake deverenigingWONINGBOUWVERENIGING TUINWIJK-NOORD , [] appellante, [] tegen: geïntimeerde] , [] geïntimeerde

Oud-penningmeester moet boekhouding afstaan (CVAH)

Rechtbank Noord-Holland 3 maart 2014
ECLI:NL:RBNHO:2014:9389 (publicatie 9 oktober 2014)

Oud-penningmeester wordt veroordeeld om de boekhouding en bonnen aan de vereniging ter beschikking te bestellen. 
"Daarbij heeft CVAH ook uiteengezet dat zij een specifiek belang heeft bij de onder punt 14 genoemde [bonnetjes bij declaraties], omdat zij bij gebreke aan die stukken het risico loopt dat bij een controle door de belastingdienst de betaalde vergoedingen zullen worden aangemerkt als loon, en niet als reële onkostenvergoeding, met als gevolg dat naheffingen aan loonbelasting en boetes kunnen worden opgelegd, ook indien één ander langer geleden is dan vijf jaar."
Vonnis in de zaak van: de vereniging Centrale Vereniging voor de Ambulante Handel, eisende partijverder ook te noemen: CVAH tegen [naam], wonende te [plaats], gedaagde partij

Klassieker: informele vereniging als erfgenaam (Haarlems Museum)

Klassieker: Hoge Raad 17 december 1909  (Haarlems Museum / Druyvestein)
Weekblad van het recht nr. 8947

Art. 2:30 lid 1 BW bepaalt dat een informele vereniging  (dus waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte) geen registergoederen kan verkrijgen en geen erfgenaam kan zijn. Waar de regeling van lid 2 - 4, dat bestuurders van een dergelijke vereniging hoofdelijk aansprakelijk zijn, op het eerste gezicht een duidelijke ratio heeft, is de achtergrond van lid 1 duister. Enig onderzoek leert dat art. 2:30 lid 1 BW een codificatie is van onderstaand arrest (Y. Scholten, Preadvies Cand. Not. 1956, p. 173).


O. ten aanzien van het eerste onderdeel van het principale middel:
dat dit is gebaseerd op deze, bij pleidooi uitvoerig ontwik­kelde stelling, dat, waar de wet van 22 April 1855 de ver­eeniging in het algemeen als bestaande erkent ook zonder de speciale erkenning volgens art. 5 dier wet, hieruit vanzelf haar rechtsbevoegdheid — en daarmede hare bekwaamheid om te erven — vo…