Posts

Posts uit mei, 2014 weergeven

Uiten verdenking fraude op ALV rechtmatig (NLC '03)

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 6 mei 2014 ECLI:NL:GHSHE:2013:6074 (tussenarrest) en ECLI:NL:GHSHE:2014:1277 (eindarrest)
Rechtbank: ECLI:NL:RBSHE:2012:862 (incident)  ECLI:NL:RBSHE:2011:12892 (eindvonnis)
Frauderende penningmeester. De oud-penningmeester stelt dat de vereniging onrechtmatig haar eer en goede naam heeft aangetast door het uiten van de verdenking van verduistering de eer in de ALV en op de website (afgewezen, nu verplichting daartoe uit de statuten volgt). Oud-penningmeester stelt een (incidentele) vordering ex artikel 843a Rv. tot afgifte van de verklaring van de kascommissie in en van de boekhouding van haar voorganger (afgewezen). Geschil inzake vaststellingsovereenkomst tot terugbetaling van een bedrag van € 30.000,=  (geen natuurlijke verbintenis). Vordering tot vernietiging van de vaststellingsovereenkomst o.g.v. bedreiging, immers had de vereniging aangekondigd dat zij voornemens was op de algemene ledenvergadering de bevindingen bekend te maken en het lid als pen…

Geen sanctie op 2:35 lid 6 BW - Wet-Van Dam (Het Grootslag)

Rechtbank Noord-Holland 13-01-2014
ECLI:NL:RBNHO:2014:1029

De kantonrechter oordeelt dat er geen sanctie staat op niet naleven van het nieuwe art. 2:35 lid 6 BW, ingevoerd met de Wet-Van Dam, welke bepaling voorschrijft dat verenigingen er voor zorgen dat leden de voor opzegging van het lidmaatschap noodzakelijke informatie eenvoudig kunnen raadplegen, in ieder geval door een opvallende vermelding op de hoofdpagina van haar website en op bladzijde 1, 2 of 3 van het ledenblad: "de wet verbindt geen sanctie aan schending van die verplichting".  

De kantonrechter legt ook uit hoe de opzegtermijn voor het lidmaatschap in het verenigingsrecht is geregeld, althans hoe de wettelijke regeling art. 2:36 BW moet worden toegepast:
"Volgens [de vereniging] geldt die opzegging [op 22 december 2011 ]pas voor het jaar 2013 [dus een jaar later, red.] omdat [gedaagde] de opzegtermijn van vier weken niet in acht heeft genomen. De kantonrechter overweegt dat op grond van artikel 2:36 lid 1 BW…

Terzijde

"In dien tijd viel den jongen een boekje met de statuten van een vereeniging in handen. Ze interesseerden hem zóó dat hij niet ophield zijn vader er over te vragen. Hij nam het drukwerkje mee naar zijn kamer en voortaan was het zijn liefste bezigheid vereenigingen op te richten en de statuten er voor te verzinnen. Het bleven denkbeeldige vereenigingen natuurlijk want hij miste den omgang om zijn liefhebberij in praktijk te brengen. Hij stelde zich moeilijkheden voor, die een vereeniging konden bedreigen, verzon de zonderlingste obstakels en zocht den vorm om zulke wederwaardigheden te voorkomen."
bron: Jeanne van Schaik-Willing, Uitstel van executie. E.M. Querido's Uitgeverij, Amsterdam 1932

Lidmaatschap (De Paasberg)

Rechtbank Gelderland 7 mei 2014
ECLI:NL:RBGEL:2014:3112

Tamelijk specifieke casus. Beleggingsadviseur "[zet] zijn beleggingsadviespraktijk [om] in een beleggersvereniging", klant vordert uitbetaling van de waarde van zijn portefeuille. Adviseur voert als verweer "dat [eisers] geen bezwaar gemaakt heeft tegen het onderbrengen van de beleggingsactiviteiten van [de adviseur] in [de vereniging] , daarom lid geworden is van die vereniging en derhalve gehouden is aan de binnen [de vereniging] geldende dan wel gemaakte afspraken", waaruit dan zou volgen dat het lid geen uitbetaling kan eisen. 

De rechter gaat alleen in op de vraag of de klant stilzwijgend lid is geworden en geeft daarover een interessante overweging. Vooraf kan echter opgemerkt worden dat toch een essentiële schakel een contractovername lijkt te zijn (art. 6:159), en dat daarvoor lidmaatschap van de vereniging als overnemende partij voldoende noch vereist is. Daarnaast zou dan een wijziging van de overeenkom…