15 augustus 2011

Schorsting enig bestuurder door RvT

Rb. Den Bosch, 18-6-2010, LJN BM437, Huis & Erf

Feiten

Huis en Erf is een vereniging, ... Het bestuur van de vereniging wordt gevormd door de statutair directeur, aan wie in devereniging alle bevoegdheden toekomen, die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen (artikel 19 van de statuten).
[de heer X] is sedert 1 januari 2006 bij Huis en Erf in dienst in de functie van statutair directeur.
Huis en Erf kent een raad van toezicht, die tot taak heeft toezicht te houden op het beleid van de statutair directeur en op de algemene gang van zaken binnen de vereniging en de met haar verbonden onderneming.
De statutair directeur wordt benoemd, geschorst en ontslagen door de raad van toezicht (artikel 20 lid 1 van de statuten).


Twee besturen, twee notulen van ALV

Bevoegdheden vergadervoorzitter (Cult Ver)

Rb. Almelo, 21-07-2010, LJN BN2086 Culturele Vereniging voor de Islam

Als er gestemd wordt, moet iemand de stemmen tellen en bepalen welke kandidaat gekozen is, of het voorstel is aangenomen of verworpen. Art. 2:13 lid 3 BW legt die bevoegdheid bij 'de voorzitter'. Wat nu als er voor een ALV een (onafhankelijke, of technische) vergader-voorzitter optreedt? Heeft dan de voorzitter van de vereniging (dat is, van het bestuur) of de vergadervoorzitter deze bevoegdheid? In deze kort geding uitspraak stipt de voorzieningenrechter dit aan, maar geeft er geen oordeel over.

1. de vereniging Culturele Vereniging voor de Islam
en 2. de stichting Stichting Ayasofya en Kultureel Centrum

tegen [gedaagden]

2. De feiten
2.2. De Stichting Ayasofya en Kultureel Centrum heeft ten doel het beheren en exploiteren van een cultureel centrum met name ten behoeve van de (leden van) te Hengelo gevestigdevereniging “Culturele Vereniging voor de Islam”, ...

2.3. Het bestuur van de stichting wordt gevormd door bestuursleden van de vereniging.

2.4. Gedaagden vormden in ieder geval tot 30 mei 2010 het bestuur van de vereniging en de stichting. Op 30 mei 2010 zijn in de algemene ledenvergadering verkiezingen gehouden waarin (onder meer) een nieuw bestuur zou worden gekozen.

VAHON

Rb. Den Haag 17-8-2010, LJN BN4145, VAHON
Hoger beroep: Gerechtshof Den Haag 20 januari 2015 (bevestigend)


Soms kunnen niet correct benoemde bestuurders blijven zitten, omdat dat in het belang van de vereniging is.


1.1. VAHON voert een basisschool die is opgericht en in stand wordt gehouden op liberaal Hindoelevensbeschouwelijke grondslag. De school heeft een eigen directie, bestaande uit twee directeuren.

1.2. [A] c.s. zijn bestuurslid (geweest) van VAHON. Binnen het bestuur van VAHON is onenigheid ontstaan die heeft geleid tot een tweedeling binnen het bestuur.

3.4. Kern van het geschil betreft de vraag of de uitschrijvingen van [A] c.s. uit het handelsregister en de inschrijvingen van de onder 1.4. genoemde personen als nieuwe bestuurders van VAHON in het handelsregister op rechtsgeldige wijze zijn geschied.

3.5. Vaststaat dat er al jarenlang bestuurlijke problemen (hebben) bestaan binnen VAHON en de school die door haar in stand wordt gehouden. Het door VAHON gepretendeerde bestuurheeft op eigen initiatief stappen ondernomen om de ontstane problemen te verhelpen. Dit heeft onder meer geleid tot inmenging van de Inspectie van het Onderwijs en het inschakelen van een extern bureau om onderzoek te verrichten naar de vraag hoe het bestuur van VAHON versterkt zou kunnen worden. Verder is op 8 april 2010 de onder 1.7. genoemde Commissie Van Driel opgericht die ten doel heeft het voeren van gesprekken met verschillende geledingen van de school en naar aanleiding daarvan aanbevelingen te doen aan het bestuur ter verbetering van de verhoudingen binnen het bestuur. Het gepretendeerde bestuur van VAHON heeft vervolgens getracht het ledenbestand in kaart te brengen, onder ouders van de leerlingen leden te werven en deze leden opgeroepen om deel te nemen aan de algemene ledenvergadering van 28 april 2010. Tijdens die algemene ledenvergadering zijn onder meer destatuten gewijzigd en zijn de onder 1.4. genoemde bestuursleden benoemd. Vaststaat dat [A] c.s. niet (actief) bij voornoemde ontwikkelingen betrokken zijn geweest.

3.6. Ingevolge de statuten geschiedt de benoeming van een bestuurslid voor een tijdvak van drie jaar, welke periode, steeds na goedkeuring door de algemene vergadering, twee maal kan worden verlengd. Vaststaat dat de maximale benoemingstermijn van [A] c.s. van in totaal negen jaar inmiddels verstreken is, zodat zij, gelijk VAHON betoogt, in beginsel geen aanspraak meer kunnen maken op een bestuursfunctie. In zoverre hebben zij geen belang bij de door hen ingestelde vordering tot ongedaanmaking van hun uitschrijving uit het handelsregister als bestuurder van VAHON en komen hun daarop gerichte vorderingen in beginsel reeds op die grond niet voor toewijzing in aanmerking.

3.7. Het verstrijken van de hiervoor bedoelde benoemingstermijn geldt echter evenzeer voor drie van de zeven door VAHON gepretendeerde bestuursleden, die voorheen met [A] c.s. het bestuur van VAHON vormden. Daarbij komt dat de benoeming van de nieuwe bestuursleden ook niet is geschied conform de in de statuten opgenomen bepalingen. Daarin is immers bepaald dat het bestuur benoemd wordt uit de leden door de algemene vergadering op een nader in het huishoudelijk reglement aan te geven wijze. Aangenomen moet worden dat VAHON tot voor kort geen leden kende conform de in de statuten voorgeschreven wijze. Iedere ledenadministratie ontbrak. Benoeming van het bestuur op de voorgeschreven wijze was daardoor niet mogelijk. Hierdoor is een soort vacuüm ontstaan, waar vanuit het voor VAHON vrijwel onmogelijk werd op de voorgeschreven wijze (bestuurs)besluiten te nemen. VAHON heeft dit onderkend en heeft getracht daarin verandering te brengen op de in 3.5. genoemde wijze. Nog daargelaten de vraag of dit formeel gezien volledig op de juiste wijze door VAHON is opgepakt, ziet de voorzieningenrechter in de gegeven situatie geen aanleiding de door [A] c.s. gewenste ordemaatregelen op te leggen. Daarvoor is redengevend dat het belang van voortzetting van de vereniging zich hiertegen verzet. VAHON heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij een vernieuwingsproces voorstaat dat het belang van de school dient, welk proces mede wordt ondersteund door de medezeggenschapsraad en de ouderraad van de school en waarbij toezicht wordt uitgeoefend door de Inspectie van het Onderwijs. Daarin thans in te grijpen acht de voorzieningenrechter in de gegeven omstandigheden ongepast.

KNSB (Interne rechtspraak niet-lid)

Rb. Utrecht, 1-12-2010, LJN BO564 KNSB

2.1. [eiseres] was in 2006 als begeleider van de schaatster [A] (hierna: [A]) aanwezig op de Olympische Spelen in Turijn. [A] had daar voor de ‘5000 meter dames’ geen startrecht verworven.

2.2. Op 13 december 2009 heeft Studio Sport een reportage uitgezonden waarin werd beweerd dat [eiseres] betrokken zou zijn bij een omkoopschandaal. ...

2.9. De voorzitter van de KNSB, de heer [D], heeft op 15 oktober 2010 de volgende brief aan [eiseres] verzonden.
“Geachte mevrouw [eiseres],
... Uw handelwijze, zoals in de rapportage benoemd, is (daarnaast) in strijd met de Statuten en Reglementen KNSB, althans er is sprake van onbehoorlijk optreden in de meest brede zin, waardoor de belangen van de KNSB in het bijzonder en van de schaatssport in het algemeen zijn geschaad.
Het bestuur van de KNSB heeft op basis van de constateringen besloten voor de duur van één (1) jaar, ingaande 1 oktober 2010;
1. u niet in aanmerking te laten komen voor een trainerslicentie volgens het Reglement Technische Licentie (c.q. u deze licentie te ontnemen);
2. met u geen verdere samenwerking aan te gaan die ziet op een aanstelling als trainer/coach/begeleider;
3. u geen accreditatie te (laten) verlenen voor nationale wedstrijden en toernooien;
4. u niet aanwezig te zullen laten zijn als trainer/coach/begeleider bij nationale wedstrijden." 

Besluit niet-orgaan (Judo Bond)

Rb. Utrecht, 18-5-2011, LJN BQ6349 Judo Bond Nederland

2.5. In oktober 2008 is een vacature voor de portefeuille topsport ontstaan in het bestuur van Judo Bond Nederland. [eiser] is als kandidaat voorgedragen door enkele leden van de bondsraad. Naast [eiser] heeft een ander zich kandidaat gesteld. Op 30 oktober 2008 heeft het bondsbestuur aan de bondsraad Judo Bond Nederland een brief geschreven over de twee kandidaten met het advies voor de bondsraadsleden hun stem uit te brengen op de andere kandidaat dan [eiser]. ...

2.6. Niet [eiser] maar de andere kandidaat is op 15 november 2008 door de bondsraad gekozen voor het bondsbestuur.

2.7. [eiser] heeft op 12 januari 2009 bij de Tuchtcommissie van Judo Bond Nederland geklaagd dat het bestuur in de brief van 30 oktober 2008 aan de bondsraad smadelijke en onnodig grievende opmerkingen heeft gemaakt en zijn goede naam heeft aangetast, hetgeen een overtreding oplevert als bedoeld in artikel 9 lid 2 van Tuchtreglement (zie ook 2.4.).

2.8. In een uitspraak van 28 mei 2009 heeft de Tuchtcommissie van Judo Bond Nederland de klacht gegrond verklaard en het bondsbestuur bestraft met een berisping.

2.9. Het bondsbestuur heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld bij de Commissie van Beroep van Judo Bond Nederland. Op 27 oktober 2009 heeft de Commissie van Beroep, overwegende dat het toepassen van een tuchtrechtelijke sanctie voor de verzending van de brief aan de bondsraad door het bestuur niet op zijn plaats is, de uitspraak van de Tuchtcommissie vernietigd.
4. De beoordeling

4.1. Het geschil betreft de mogelijke (ver)nietig(baar)heid van de uitspraak van de Commissie van Beroep.

Perceeltjes

Rb. Rotterdam, 13-09-2010, LJN: BN6691 Klein Grondbezit

Soms heeft de relatie tussen vereniging en de leden de kenmerken van zowel lidmaatschap als een overeenkomst.

2.1. Klein Grondbezit is eigenaresse van een perceel grond aan de Dorpsweg te Sommelsdijk. Dit perceel grond is onderverdeeld in [B] lapjes grond die nagenoeg alle dezelfde afmetingen hebben. Zij verhuurt deze lapjes grond aan haar leden voor een zeer laag huurbedrag per jaar. Op deze lapjes grond zijn vaak flinke, modern ogende, schuren opgericht. Het gebruik varieert van bijvoorbeeld opslag (caravans) en hobbyactiviteiten tot het houden van dieren. De huurders zijn haar leden. Het bestuur wordt dus gevormd door enkele van haar huurders. 

7.14. Behalve een huurrechtelijke kant heeft deze zaak ook een verenigingsrechtelijke dimensie. Behalve huurder is [eiser] ook lid van de vereniging Klein Grondbezit. De huurovereenkomst heeft dan ook kenmerken van dit lidmaatschap, zoals de lage huurprijs (mensen moeten eerst lid zien te worden van Klein Grondbezit), de inspectie van het perceel twee keer per jaar door het bestuur, de verplichting van de huurder de aanwijzingen van het bestuur op te volgen en het voormeld geciteerde artikel 12. 

7.15. Als vereniging heeft Klein Grondbezit alle recht om, met inachtneming van de wettelijke en statutaire regels omtrent haar besluitvorming, te beslissen dat zij voortaan de bouwlandtekening uit 1951 als basis voor indeling en omvang van de percelen wil invoeren. Dat mag echter niet botsen met de contractuele afspraken die in 2000 met [eiser] zijn gemaakt en op basis waarvan hij zijn schuur heeft opgericht. Als er sprake is van een rechtsgeldig besluit (en de kantonrechter kan niet overzien of het bestuur dit zelfstandig mag besluiten, zoals het kennelijk heeft gedaan, of dat er een algemene ledenvergadering voor is vereist) dan nog zal Klein Grondbezit ten behoeve van [eiser] maatregelen dienen te nemen, zoals bijvoorbeeld een overgangsperiode of financiële compensatie dan wel een combinatie van beide of een andere oplossing. 

7.16. In het kader van een dergelijke complexgewijze algemene aanpak naar een toekomstige gewenste situatie, op basis van een rechtsgeldig besluit, acht de kantonrechter de oplossing van het bestuur van destijds ([eiser] en [gedaagden sub 1 en 2] respecteren elkaars bouwsels op elkaars terrein) niet onredelijk. Als de huurovereenkomsten eindigen dienen de huurders op grond van artikel 10 van de huurovereenkomst “het gehuurde blootschoofs op te leveren of te ontruimen voor rekening van de huurder”. Vervolgens kan het bestuur op basis van de bouwlandtekening uit 1951 de perceelsgrenzen voorzien van een grensafscheiding waaraan dan niet meer kan worden getornd. 

14 augustus 2011

Volleybal

Rb. Utrecht, 19-4-2011, LJN BQ6467, Nieuwegeinse Volleybal Club




2.  De feiten 

2.1.  [eiser] is lid en trainer/coach van de Nieuwegeinse Volleybal Club. Op 4 april 2011 heeft het bestuur van de Nieuwegeinse Volleybal Club, hierna: “het bestuur”, een brief aan [eiser] ter hand gesteld waarin – samengevat en voor zover hier van belang – wordt weergegeven dat: 
1.  op 23 maart 2011 de ouders van een speler die door [eiser] getraind/gecoacht wordt, hierna: “de ouders” respectievelijk “betrokkene”, een klacht over [eiser] hebben ingediend; 
2.  het bestuur deze klacht heeft gekwalificeerd als een vermeende schending van het protocol ongewenst gedrag van de Nieuwegeinse Volleybal Club, hierna: “het protocol”; 
3.  het bestuur de klacht op advies van de vertrouwenspersoon van de Nieuwegeinse Volleybal Club, die weer advies heft ingewonnen bij de vertrouwenspersoon van het NOC*NSF, conform artikel 6.4 van het reglement ongewenst gedrag van de Nederlandse Volleybal Bond, hierna respectievelijk: “het reglement” en “de Nevobo”, heeft doorgestuurd naar de strafvervolgingscommissie, hierna ook: “de SVC”; 
4.  [eiser] op 25 maart 2011 hangende het onderzoek van de SVC door het bestuur is geschorst als trainer/coach en als lid voor in ieder geval de duur van het onderzoek en dat de Nieuwegeinse Volleybal Club [eiser] met onmiddellijke ingang voor de duur van de schorsing de toegang tot de accommodaties van de Nieuwegeinse Volleybal Club ontzegd en hem beveelt alle in zijn bezit zijnde eigendommen van de Nieuwegeinse Volleybal Club direct bij de voorzitter van het bestuur in te leveren. 


Informele leden (St. Elegius)

Hof Den Bosch, 5 januari 2010, LJN BK9401 Schutterij St. Elegius - Juliana 

Onderstaande zaak is een variant op "Oud Volendam": een vereniging laat donateurs jarenlang meevergaderen op de ALV, terwijl ze formeel geen lid zijn. Na een cursus bij de KvK laat het bestuur in het vervolg de donateurs niet meer stemmen tijdens de ledenvergadering, wat verzet oproept. Interessante casus, geen inhoudelijke beoordeling want geen spoedeisend belang meer.

4.1. Het gaat in dit hoger beroep om het volgende. 

a. De Schutterij is een vereniging met als doel de bevordering van het schutterswezen en het behoud van de schuttershistorie. De Schutterij wordt bestuurd door [C.] als voorzitter sinds 1 april 2004, [D.] als secretaris sinds 1 april 2004, [E.] sinds 1 maart 1999 thans als tweede voorzitter, [F.] als penningmeester sinds 10 februari 2006 en [G.] als tweede secretaris sinds 20 februari 2006. 
Art. 4 van de statuten van De Schutterij bepaalt dat zij geüniformeerde leden, buitengewone leden (niet geüniformeerd), junior leden, ereleden/leden van verdienste, en ten slotte begunstigers kent. Art. 5 bepaalt dat begunstigers als zodanig geen lid zijn van de vereniging en dat alleen leden stemrecht hebben. De juniorleden hebben een adviserende stem. 
Art. 6 van de statuten bepaalt dat over de (voorlopige) toelating van leden het bestuur beslist en dat in de eerstvolgende ledenvergadering die beslissing dient te worden bevestigd, casu quo vernietigd. 

Opzegging lidmaatschap door kleine vereniging

Vzr. Rb. Rotterdam, 4-7-2011, LJN BR0226 X / Vereniging de ploeg van Ogg

Belangrijke overweging: reeds de enkele omstandigheid dat de verhouding tussen [eiser] en de meerderheid van de overige leden van de vereniging (alsmede van het bestuur) ernstig verstoord is, [levert] een situatie [op] waarin het niet redelijkerwijs van de vereniging gevergd kan worden dat zij het lidmaatschap met [eiser] laat voortduren.


Vonnis in kort geding van 4 juli 2011 


in de zaak van [eiser], tegen 
de vereniging DE VERENIGING DE PLOEG VAN OGG (PVO), 
Partijen zullen hierna [eiser] en de vereniging genoemd worden. 

Stichting geroyeerd als lid

Rb. Zwolle, 29-12-2010, LJN BO9237 Stichting NOP / Vereniging VOND


Stichting NOP ( Stichting Nederlands Opvangcentrum voor papegaaien) was lid van vereniging VOND, (Vereniging Opvangcentra van niet gedomesticeerde dieren). Na een uitzending van tv programma Radar over NOP, heeft het bestuur van VOND een onderzoek laten verrichten door Dorrestijn. Op basis van dat rapport besluit het bestuur van VOND om NOP te ontzetten uit het lidmaatschap (royeren).



... 2.18. Aan het eind van de op 11 juli 2009 gehouden algemene ledenvergadering van 
VOND, in welke vergadering het beroep van NOP tegen het besluit tot ontzetting is 
behandeld, heeft de voorzitter meegedeeld dat de ledenvergadering het besluit van het 
bestuur tot ontzetting van NOP uit het lidmaatschap van VOND heeft bekrachtigd. ...



4. De beoordeling 

4.1. De grondslag van de vorderingen van NOP is het standpunt dat zowel het besluit 
van het bestuur van 15 mei 2009 als het besluit van de algemene ledenvergadering van 11 
juli 2009 vernietigbaar is op grond van artikel 2: 15 lid 1 sub b van het Burgerlijk Wetboek 
(BW), omdat beide besluiten zijn genomen in strijd met onder meer de norm van 
redelijkheid en billijkheid zoals bedoeld in artikel 2:8 lid 1 BW. 


LPF ALV, vereniging zonder bestuur

Vzr. Rb. Rotterdam, 21-11-2002
JOR 2003, 9 (LJN AG8204)

Update 2014: Ik heb een nieuwe pagina toegevoegd met tips voor bestuurloze verenigingen.

In onderhavige uitspraak is de rechter erg strikt, naar mijn mening te strikt, in ieder geval veel strikter dan andere rechters in vergelijkbare gevallen. Mogelijk speelt mee dat het om de LPF ging. Daarom de nieuwe pagina met praktische tips om tot een nieuw bestuur te komen als een vereniging zonder bestuur is komen te zitten. 

Bestuurloze vereniging. Een vereniging kan zomaar zonder bestuur komen te zitten, als alle bestuurders aftreden. Als de statuten daarvoor geen regeling bevatten, kan er dan geen geldige ALV meer worden uitgeschreven en kan dus geen nieuw bestuur worden benoemd, volgens de rechter. Machtiging aan 10% van de leden van de LPF tot het bijeenroepen van een algemene vergadering; wat ook al hun wettelijke recht is. Onduidelijke relatie met art. 2:41 lid 2 en 3 BW.

Indien een vereniging zonder formeel bestuur komt te zitten, dan lijkt mij de procedure dat degene die de ledenadministratie heeft, zorgt dat 10% van de leden "verzoeken om een ALV"  (kan ook on-line, zie thans 2:41 lid 4). Vervolgens 14 dagen wachten, uitnoding versturen zoals het bestuur dat zou doen, en ALV houden. 

3.2. Kern van het partijen verdeeld houdende punt van geschil betreft de vraag of de op 19 oktober 2002 gehouden Algemene Ledenvergadering (ALV) van de LPF op rechtsgeldige wijze bijeen is geroepen en of de verkiezing van het bestuur van de LPF op die ALV op rechtsgeldige wijze heeft plaatsgevonden.