3 februari 2011

ALV of ledenbijeenkomst

Rechtbank Middelburg 23 november 1988, LJN AC0649


Klassieker
De feiten: Een voorzitter van een vereniging is ontslagen door een ledenvergadering. Hij betwist de geldigheid van dit besluit, omdat het besluit om de ALV uit te schrijven niet was genomen in een vergadering van het bestuur.



Partijen
De Ruiter,
tegen
De Vereniging voor bijzonder basisonderwijs op Gereformeerde grondslag,

2
De feiten
(De Ruiter is bij de KvK uitgeschreven als voorzitter)
3
Het geschil
3.1
Aan zijn verzoek tot doorhaling van genoemde vermeldingen in het verenigingsregister en het daar in opnemen van zijn naam als voorzitter (...) legt De Ruiter ten grondslag, dat genoemde vermeldingen ‘op niets’ berusten. De bijeenkomst van leden op 21 sept. 1987 is niet als een algemene ledenvergadering aan te merken, nu deze niet is bijeengeroepen door een orgaan, dat daartoe de bevoegdheid had. Weliswaar is de vergadering geconvoceerd ‘namens het bestuur’ aldus De Ruiter, doch de bijeenkomst van bestuursleden (van 25 aug. 1987) waarin tot het bijeenroepen van genoemde algemene ledenvergadering is besloten, was zelf geen rechtsgeldige bestuursvergadering.
Ter ondersteuning van die stelling wijst De Ruiter op het volgende:
a.
Er was geen eerder besluit van het bestuur dat of wanneer weer zou worden vergaderd, dus ook niet dat dat weer zou geschieden op 25 aug. 1987.
b.
Ingevolge het huishoudelijk reglement van de vereniging is het de taak van de voorzitter een bestuursvergadering bijeen te doen roepen; de secretaris is belast met de uitvoering van het besluit.


In dit geval is de bestuursvergadering niet op last van de voorzitter bijeengeroepen.

1 februari 2011

FNV richtlijn OR kandidaat

Rechtbank Rotterdam 16 februari 2009, LJN BH9200

Vakbonden stellen net als politieke partijen kandidaten voor vertegenwoordigende organen, namelijk ondernemingsraden. Een verplichting om een verklaring te tekenen bepaalde standpunten uit te dragen voor leden namens een vakbond van een ondernemingsraad, is geen verplichting die voortvloeit uit het lidmaatschap en een basis in de statuten ervoor is niet noodzakelijk. Iemand die de standpunten niet wil uitdragen kan namelijk goed vakbondslid blijven, maar alleen geen OR kandidaat zijn voor die vakbond; hij kan zich wel zelf kandidaat stellen. Daarbij overwoog de rechtbank ook nog dat hij evenveel kans maakte op een raadszetel op een bondslijst als op een tegenlijst, maar dit lijk eerder een overweging op grond van de WOR dan op grond van boek 2 BW.

3.2. [FNV] heeft Schuurman op onjuiste gronden verplicht te verklaren bereid te zijn de richtlijnen, die aangenomen zijn op het Havenwerkerscongres op 13 december 2008, te zullen uitdragen bij een eventuele benoeming in een functie in de ondernemingsraad. Schuurman is niet bereid deze verklaring te doen omdat hij zich met onderdelen van deze richtlijnen niet kan verenigen. In artikel 2:27 lid 4 sub c van het Burgerlijk Wetboek (BW) is bepaald dat de verplichtingen die de leden tegenover de vereniging hebben, of de wijze waarop zodanige verplichtingen kunnen worden opgelegd, moeten worden neergelegd in de statuten. De statuten van FNV bieden geen grondslag voor het stellen van voorwaarden aan de plaatsing op de kandidatenlijst.

4.1. Tussen partijen is niet in geschil dat FNV voor plaatsing op haar kandidatenlijst als voorwaarde heeft gesteld dat de kandidaten bereid moeten zijn de richtlijnen als hiervoor genoemd te zullen uitdragen bij een eventuele benoeming in een functie in de ondernemingsraad. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter kan deze voorwaarde niet worden beschouwd als een verplichting als bedoeld in artikel 2:27 lid 4 sub c BW. Schuurman is niet verplicht gesteld de tijdens het congres gemaakte afspraken – los van de vraag hoe deze afspraken moeten worden gekwalificeerd – uit te dragen. FNV heeft alleen voorwaarden gesteld aan de kandidaatstelling voor de ondernemingsraad. FNV heeft als vereniging een zekere mate van beleidsvrijheid ten aanzien van de wijze waarop zij de samenstelling van de door haar in te dienen kandidatenlijst vaststelt. Binnen deze beleidsvrijheid staat het haar in beginsel vrij een voorwaarde als de onderhavige aan potentiĆ«le kandidaten op te leggen. Een statutaire grondslag als bedoeld in artikel 2:27 lid 4 BW is daarvoor niet vereist.